home OGG Nieuws Geruchtdagen Nieuwsbrief OGG OGG in de media Inhoudelijk Wie, wat, waar, binnen OGG Links



Logo OGG



Goed Gerucht

De Wandelgang

Centraal Weekblad, 2 juli 2007

door Dr. Bas Plaisier
Scriba van de Protestantse Kerk in Nederland


De predikantenbeweging “Op Goed Gerucht” publiceerde een Protestants Pamflet. Het is een ‘positiebepaling ten aanzien van ontwikkelingen binnen de Protestantse Kerk”. Hun bedoelingen komen eigenlijk pas echt aan het licht in interviews die de voorzitter ds. Offringa, gaf: de kerk wordt bedreigd door evangelicalisering en alles wat daarmee samenhangt…

Dat klinkt nogal dreigend. De opstellers vinden dat de kerk met de rug naar de huidige cultuur en wetenschap is komen te staan. Dat komt vooral omdat de evangelische beweging steeds meer invloed krijgt: een teken daarvan is het visiedocument van de kerk. Daarom vragen zij ook om de wisseling van de wacht op kerkelijke posities. ‘Mensen van allerlei kleur, sekse en geaardheid’ moeten het roer gaan overnemen. Uit een interview blijkt dat zij hiermee o.a. bedoelen dat er meer gescheiden mensen in het kerkbestuur moeten komen.

Er staan dingen in dit pamflet die het waard zijn om goed te overdenken. Ze stellen dat de kerk diepgaand in gesprek moet gaan met de cultuur en moet beseffen dat zij hiervan deel uitmaakt. De kerk dient zich ook niet overschatten en het eigen instituut durven te relativeren. Verder is het tot schade van de kerk als zij het gesprek met de wetenschap zou verwaarlozen. We dienen daarbij te staan voor een ‘beweeglijk en energiek christendom”.

Als ik zo de kern van dit pamflet samenvat, lijkt het op een missionair manifest. Toch is dat niet het geval. Ik heb zelfs de indruk dat de opstellers zich ergeren aan de missionaire spits van het beleid van de Protestantse Kerk. Ze vatten die visie samen in de bewering dat de kerk ‘groei’ tot het hoogste doel verheft. Dat vinden zij nostalgie. Als je voor groei gaat zou je namelijk geen recht doen aan de gemeenten die werken aan stabiliteit en inwendige vernieuwing.
Dat de predikant-schrijvers erg kort door de bocht gaan, hoort bij een pamflet. Maar zó kort door de bocht, zó generaliserend en weinig onderbouwd hoeft ook weer niet. Ik hoop dat ze hun vijf stellingen uitwerken en zichzelf ook enige vragen stellen en kunnen relativeren. Want het is – vreemd genoeg – wel erg binnenkerkelijk geworden.

Is wat zij aan de orde stellen het hoofdprobleem van de kerk? Zou het werkelijk zo zijn dat het bestaan en de kwaliteit van de kerk bedreigd wordt door de evangelischen? Dan moeten zij zich wel erg eenzaam voelen in het wereld-protestantisme. Naar mijn schatting is zeker driekwart van de protestanten enigszins of behoorlijk evangelicaal. Zijn al die protestanten de weg kwijt? Ik vraag me af of we elkaar kunnen vinden als we beginnen om de teloorgang van het christelijke geloof in onze cultuur, en daarmee samenhangend de ineenschrompeling van de kerk, een probleem te vinden. Ik heb echter het bange vermoeden dat de auteurs dat helemaal niet zo willen zeggen. Ze lijken naar de moderne cultuur te buigen om daaruit moed te kunnen scheppen. Een kernwoord is dan ook solidariteit met de wereld.
Ze willen ook niet te zeer benadrukken dat de kerk een eigen plek is rond het Woord van God. Over de kerk als een kritisch tegenover, horen we niet veel. Zou dáárover het gesprek niet moeten gaan? Als ik Paulus goed begrijp, wist hij veel van de toenmalige cultuur en was hij solidair met de mensen. Maar anderzijds was hij ook zeer kritisch over de tijdgeest en de cultuur. Heeft zijn begrippenpaar ‘eertijds – en nu’ echt afgedaan? Kortom is de kerk niet veel meer, dan zij stellen, een noodzakelijke en eigen gestalte?

Ik zou het toejuichen als er een gesprek tussen hen en de evangelicalen tot stand komt. Beide willen namelijk ‘modern, beweeglijk en vernieuwend’ zijn. Ze moeten dan maar eens praten over de vraag of de evangelischen werkelijk te classificeren zijn met termen als ‘pre-moderne theologie’ of ‘biblicisme en fundamentalisme’. Dan kan ook de vraag besproken worden of je in het Westen pas een christen bent die meetelt, als je de premisses van de Verlichting hebt aanvaardt. Het lijkt in dit pamflet alsof de discussie die enige tijd geleden woedde over de ‘achtergeraakte’ islam, nu wordt overgeheveld naar deze stroming in de kerk. Net zomin als dat in de dialoog met de moslims erg hielp, is dit het geval in het gesprek met de evangelischen.

Het lijkt de schrijvers te gaan om een debat over de identiteit van de Protestantse Kerk. Dat zou van grote waarde kunnen zijn. We moeten voorkomen dat we in onze verenigde kerk naast elkaar leven, zonder elkaar aan te spreken op de dingen die er werkelijk toe doen. Zo versta ik deze emotionele positiebepaling van ‘Op Goed Gerucht’.
Natuurlijk zijn er vragen te stellen aan de evangelischen. Of de wezenlijke vragen echter in dit pamflet gesteld zijn, vraag ik me af. In dat gesprek komen dan ook vragen naar het ‘midden’ van de kerk, of naar de orthodoxie en de vrijzinnigheid op tafel. Hopelijk vanuit het besef dat we onopgeefbaar bij elkaar horen en elkaar nodig hebben.
Dat laatste had wel wat duidelijker kunnen doorklinken. Ook in een kritisch pamflet.



Begin pagina

Startpagina Op Goed Gerucht