home OGG Nieuws Geruchtdagen Nieuwsbrief OGG OGG in de media Inhoudelijk Wie, wat, waar, binnen OGG Links


Logo OGG




'op goed gerucht' zit vol ambities

DE JONGE HONDE BLAFFEN


in: HN - Hervormd Nederland, jrg.55 - nr.50/51/52, 18 december 1999
kerstspecial: 'De toekomst van de religie'
door: Jan Goossens
foto's: Frans Paalman



Weg met de hokjesgeest en het eeuwige geklaag over 'leeglopende' kerken. Een nieuwe generatie predikanten is aan de slag: jong, zelfbewust en met een open oog voor de religieuze behoeften van de moderne mens. 'Op Goed Gerucht' wil korte metten maken met de heersende ondergangsstemming.

Eindelijk weer eens een vernieuwingsbeweging. Een groepje jonge honden laat van zich horen. Het zijn beginnende predikanten in de Samen op Weg-kerken, die luid en nadrukkelijk aan de weg timmeren. Hun eerste daad was het schrijven van een pittige open brief, vorig jaar, met ruim honderd namen eronder, gericht aan de hervormde synode. Dat kerkbestuur had zojuist uit nostalgische motieven een nieuwe naam voor de Samen op Weg-kerken -waarin het woord 'hervormd' niet meer voorkwam - afgewezen. Waarom, zo vroegen de brief schrijvers zich verbijsterd af, duurt die eenwording zo lang? Kunnen we onze energie niet beter besteden?
De eerste spontane actie kreeg zoveel bijval, dat de groep inmiddels een naam en een werkprogramma heeft. 'Op Goed Gerucht' noemen ze zich. Uitdagend stellen ze dat ze 'de zorgelijke sfeer van kleiner wordende kerken achter zich willen laten.' Verder zijn de ambitieuze predikanten, allen gezegend met 'een brede theologische, wetenschappelijke en culturele interesse', ervan overtuigd 'dat de kerk onze samenleving veel te bieden en te zeggen heeft.'
Tijd dus voor een goed gesprek. Drie initiatiefnemers zitten rond de tafel. Het zijn Rick Benjamins uit Beuningen, Sita Hofstra uit Ryptsjerk en Hester Smits, die predikant in Nieuwe Niedorp is. Ze kennen elkaar, vertellen ze, van de universiteit in Groningen. Al debatterend in een studiegezelschap, 'ons Groninger dogmatiekclubje', besloten ze dat ze, wanneer ze eenmaal predikant zouden zijn, de mouwen flink zouden opstropen.


Wanneer heeft u gedacht: zo kan het niet langer, we gaan het anders doen?

Smits: 'Ik ben geen theologie gaan studeren met het doel predikant te worden. Maar toen ik het toch werd, ontdekte ik dat de Samen op Weg-kerken veel tijd en energie steken in eindeloos overleg. Van dat geschipper word ik moe. Kom op, dacht ik, vooruit met dat bakbeest.'
Hofstra: 'Ik heb als synodelid lange discussies meegemaakt over de organisatie en de nieuwe naam van de Samen op Weg-kerken. Tegelijk ontdekte ik dat ik in een Friese theologenclub weinig reacties kreeg op inhoudelijke vragen die mij bezig houden. Ik heb mijn collega's eens tot discussie proberen over te halen over de gangbare exegese van de gelijkenis van de goede herder die het verloren schaap redt. Het schaap wordt meestal vereenzelvigd met de gelovige, die gered moet worden. Maar je kunt het verhaal ook anders lezen. Dan is het schaap de mens die buiten de samenleving valt. Nou, dat heb ik geweten. Waar ik de moed vandaan haalde om dat oude beeld af te breken.
Toen ik mijn versie besprak met ons Groninger dogmatiekclubje, kreeg ik wel positieve reacties. Dat kan dus ook, dacht ik. Wat zou het mooi zijn om ons geluid in breder verband te laten horen.'


U hebt bewust afscheid genomen van oude stromingen en grote namen. De Zwitser Karl Barth bijvoorbeeld, die een groot stempel heeft gedrukt op de Europese theologie van de twintigste eeuw, beheerst niet uw denken.

Hofstra: 'Hokjes werken niet meer. In mijn vorige gemeente stortten vrijzinnigen, van wie je dat niet zou verwachtten, zich met gretigheid op de bijbelstudies die ik aanbood. Ze ervoeren dat als bevrijding. Tegelijk waren sommigen vaste klant bij de evangelische boekhandel in het dorp, waar eenvoudige boekjes met pasklare antwoorden werden verkocht. In het begin wilde ik hen voor die tegenstrijdigheid waarschuwen, maar hen deerde dat niet. Ze waren blij met zowel de nieuwe theologische ruimte en openheid als met de oude beelden en opvattingen. Dat kan dus samen gaan, merkte ik. Sterker, daar moeten we heen.'
Benjamins: 'Je kunt je alleen permitteren de ontoegankelijke gedachtewereld van Barth uit te dragen als je ruim in je binnenkerkelijke publiek zit. De Groningse universiteit telt niet veel bekende kerkelijke namen, maar we zijn gelukkig wel opgeleid door uitstekende wetenschappers, die ons kritisch hebben leren denken. Daardoor durven wij vragen aan de orde stellen uit de tijd vóór Barth; iets dat meestal wordt afgeraden, omdat Barth als mijlpaal wordt gezien. Daarachter teruggaan, zoals dat heet, zou een ontkenning van de theologische verworvenheden van deze eeuw zijn.'
Hofstra: 'Voor veel gevestigde theologen is Barth nog altijd het enige ijkpunt. Als student zat ik in de sollicitatiecommissie voor een nieuwe hoogleraar. Van de tweeëndertig sollicitanten waren er dertig gepromoveerd op Barth. Nou ja, daar word je toch ziek van.'
Benjamins: 'Wij willen de vragen van de negentiende eeuw weer oppakken, omdat we menen dat die nog altijd actueel zijn. Hoe verhoudt de boodschap die van God afkomstig heet te zijn, zich met de menselijke ervaring en de andere wereldgodsdiensten. Die vragen heeft Barth begin deze eeuw de nek omgedraaid door boven de menselijke ervaring de goddelijke openbaring te zetten.'
Smits: ' Afstand nemen klinkt zo polariserend. Vergeet niet dat wij allemaal geboren hebben in de jaren zestig en zeventig, de tijd van de vrijheidsdrang en de seksuele revolutie. Het postmoderne leven, zonder overkoepelende theorieën en grote namen, doordrenkt ons hele bestaan.

Rick Benjamins
BENJAMINS: Over God praten alsof je gisteren nog
met hem geknikkerd hebt, daar houd ik niet van'


U wilt de zorgelijke sfeer van kleiner wordende kerken achter u laten. Klinkt dat niet geforceerd?

Hofstra: 'Op Goed Gerucht gaat zich niet bemoeien met kerkelijke problemen. Er zijn er al genoeg die dat doen. Wij zoeken contact met collega's die het juist leuk vinden om in de kerk te werken.'
Benjamins: 'Wij willen het gemier het liefst buitensluiten. Zorgen over aantallen zullen er altijd blijven. Ik voel me als predikant een poëzielezer. Als ik van een mooi gedicht geniet, kan de oplage van de bundel me niets schelen. Poëzie haalt trouwens nooit hoge oplages.'
Smits: 'Ho ho, poëzie lees je voor jezelf. Maar God en de bijbel wil ik toch wel delen met anderen. Ik geef door wat me raakt. We zijn vooral een praktische club. We willen niet meer de kerk terug die in het midden van de samenleving staat. Het is prima dat we zijn zoals we zijn. De kerk is cultuurdraagster en we hebben een schat aan prachtige verhalen. Het is de kunst daar creatief mee om te gaan.'


U aanvaardt, zegt u, dat u deel uitmaakt van een geseculariseerde samenleving. Hoe werkt dat in de praktijk?

Smits: 'In Noord-Holland is secularisatie niets nieuws. Bonifatius en Willibrord zijn aan de kerstening van dat deel van het land nooit toegekomen. Dat betekent dat de kerk er altijd in de marge heeft gewerkt en ook geen negatieve naam heeft gekregen. Als dominee maak ik gewoon deel uit van het dorp. Ik merk zelfs interesse in wat de kerk te bieden heeft.
In het dorpshuis heb ik laatst een kinderkookcafé georganiseerd waar we joodse gerechten hebben gemaakt. De recepten heb ik overal vandaan gehaald: van het Bijbels Museum, uit de kookbijbel van Wina Born tot aan internet toe. Het was een prachtige gelegenheid om kinderen zonder enige religieuze bedding verhalen over het jodendom te kunnen vertellen. De matses die ze maakten, namen ze de volgende dag mee naar school.'
Hofstra: 'Ik voel me niet verkrampt bezig, omdat ik niet zonodig het instituut kerk in stand moet houden. Natuurlijk ben ik wel loyaal aan de kerk -zonder instituut kom je er niet -maar het voortbestaan is niet mijn primaire zorg. Ouderen vertellen me soms snikkend dat het ergste in hun leven de ontdekking was dat hun kinderen niet meer naar de kerk gaan. Ik probeer er dan samen men hen achter te komen welk deel van het evangelie die kinderen zich eigen hebben gemaakt. Als ze nu bijvoorbeeld maatschappelijk actief zijn, zou dat wat mij betreft een reden zijn om minder bedroefd te zijn. Maar er blijken ook gezinnen te zijn waar ouders niets paraat hebben om met hun kinderen over te praten Dan denk ik dat ook vroeger weinig over het geloof werd gesproken. De kerk, die belangrijk was, stond kennelijk geïsoleerd van de rest van het leven. Dat is een kramp, waar ik graag vanaf zou willen.'

Sita Hofstra
HOFSTRA: 'Ik ben huiverig voor allerhande
religieuze kicks die in de mode zijn'


U bent ervan overtuigd dat de kerk de samenleving veel te bieden en te zeggen heeft. Dat klinkt pretentieus.

Benjamins: 'Ik zie het breed. Onze kracht ligt in het beheren van de spirituele en intellectuele traditie van tweeduizend jaar oud. We kunnen de grote levensvragen formuleren en beantwoorden. Tegelijk kunnen we mensen behoeden voor allerlei zotternij die op de religieuze mark wordt aangeboden.'
Smits: 'Ik neem verschijnselen als new age wel serieus. In ons dorpsblad hebben we per advertentie belangstellenden op geroepen om daar over te komen praten De opkomst was gigantisch. Wat mij op valt, is dat velen alleen maar hun eigen geluk willen nastreven. Terwijl ik zeg: het is God te doen om meer dan het eigen geluk.'
Hofstra: 'Het valt inderdaad niet mee om dat over te brengen. Goedbeschouwd is het in de geschiedenis nog nooit gelukt.'


Dé vraag is natuurlijk, hoe u op de religieuze markt zotternij kunt onderscheiden. Als u de samenleving dat kunt bieden, zou dat mooi zijn.

Benjamins en Smits: 'Je zou kunnen kijken, wat mensen echt innerlijk raakt.' Hofstra: 'Ik ben huiverig voor allerhande religieuze kicks die in de mode zijn.' Een collega van me werd uitgenodigd door een echtpaar in zijn gemeente, gewoon hervormd, om aanwezig te zijn bij hun feestelijke overdoop in een evangelische groep, omdat men in de gewone kerk het gevoelsaspect miste. Maar ze wilden wel gewoon lid blijven. Dat zou me veel te ver gaan. Ik zou zulke mensen vragen of ze zich niet wilden laten uitschrijven.' Benjamins: 'Hetzelfde is mij overkomen. Ik heb voor de eer bedankt om als predikant bij een evangelische overdoop aanwezig te zijn. Ik vind dat dat niet kan. De doop als belofte waaraan je niet hoeft te twijfelen, moet je niet minachten. Op zo'n moment wil ik mijn eigen geluid laten klinken.'

Hester Smits
SMITS: 'Het postmoderne leven, zonder overkoepelende
theorieën en grote namen, doordrenkt ons hele bestaan'


Als u 'de samenleving' iets wilt bieden, moet u ook structureel gelegenheid heb- ben anderen dan uw eigen kerkleden te ontmoeten. Gebeurt dat ook?

Hofstra: 'Ik ontdekte dat in ons dorp buitenkerkelijken een abonnement op het kerkblad namen om op de hoogte te blijven van onze activiteiten. Het wordt gespeld. Ik keek ervan op.'
Smits: 'Ik geloof heilig in netwerken. Je moet overal je snufferd laten zien. Ik loop borrels af en verzet met een gerust hart een ouderlingenberaad als ik op een avond naar de raadscommissie welzijn in het gemeentehuis wil.'
Benjamins: 'Je kunt niet meer scherp definiëren wie wel en niet bij de kerk hoort. Ik ben op een vereniging wel eens aangesproken door iemand die me en passant vroeg of ik zijn kind wilde dopen. In het begin had ik daar moeite mee. Ik voelde me ingehuurd voor een religieus ritueel. Maar die wrevel is nu verdwenen.'


Religie is in Nederland niet weg te slaan. Bent u daar blij mee?

Benjamins: 'Respect voor God en voor mensen, dat vind ik belangrijk. Over God praten alsof je gisteren nog met hem geknikkerd hebt, daar houd ik niet van. Wie elke vorm van verhevenheid afschaft, miskent Gods autonomie. Respect voor mensen komt op de tocht te staan als religieuze opvattingen kwaad aanrichten, zoals het toeschrijven van ziekten aan verkeerde gedachten.'
Hofstra: 'Het kan nog erger. Ziekten worden verklaard uit een tekort aan geloof. Afschuwelijk.'
Smits: 'Ik ga altijd terug naar de bijbelverhalen. Daar vind je aandacht voor God, je medemens en jezelf in evenwicht. Maar in de praktijk van alledag zie ik mensen vreselijk zoeken om wegwijs te worden in de chaos van pijn en lijden. Als pastor honoreer ik dat meestal, ook al cijfer ik me theologisch dan even weg. Ik vind ethiek belangrijk. Als ik mensen hoor praten over hun uiteenlopende religieuze opvattingen, denk ik: hoe houden ze het allemaal bij elkaar. In mijn optiek zou de kerk voor allerlei vragen een goed platform kunnen zijn. In de trant van: we hebben het vanavond over God en genetisch gemanipuleerd voedsel en wat dat met elkaar te maken heeft. Dat soort onderwerpen in bespreking brengen gebeurt mijns inziens te weinig. Een plaatselijke gemeente krijgt dat ook vaak niet in haar eentje voor elkaar.'


Denkt u dat u -weer of nog- een brug kunt slaan vanuit het christendom naar allerlei religieuze groepen en stromingen? Volkskerken hebben altijd als bedding gefungeerd voor min of meer extreme uitersten.

Hofstra: 'Ik ben niet bewust op zoek naar contacten met evangelische groepen. Meestal is daar weinig ruimte voor intellectuele en diepgravende spirituele twijfel. En wie daar aan het twijfelen slaat, krijgt extra op de kop. Maar soms bespeur ik beweging, zoals bij de jongerenorganisatie Youth for Christ, die druk in de weer is met diaconale projecten.'
Benjamins: 'Even geen bruggen slaan. Ik heb daar geen trek in. Vanuit new age- en evangelicale kringen wordt met dédain naar de kerk gekeken; wie bij de kerk hoort, gelooft niet echt. Tegenover die pretenties heb ik de neiging even duidelijk te stellen waar wij voor staan. Als ik in het EO-programma Het Elfde Uur Andries Knevel zijn vragen hoor stellen, vergaat mij direct alle lust. Wie de dood van Jezus niet letterlijk als verzoening voor de zonde opvat, wordt verdacht aangekeken. Die man is niet op de hoogte van tweehonderd jaar theologiebeoefening.'


Wat u wilt, is dat een typisch Nederlands verschijnsel, of heeft u ook buitenlandse zusterorganisaties ?

Hofstra: 'We hebben een brief gekregen van oud-studenten van de protestantse faculteit in Brussel. Michsjol, heten ze; een Hebreeuwse naam. Er zijn negentig leden. Ik wil graag met hen in gesprek.'
Benjamins: 'Duitsland heeft een andere kerkelijke traditie. Als in ons land een theoloog zegt dat Jezus niet levend uit zijn graf is opgestaan, roepen wij: schande. Maar lutheranen, de Duitse protestanten, zijn lang niet zo dogmatisch. De kerk is daar niet zo heftig op de moderne tijd gebotst als bij ons. In Nederland heeft de dogmatiek helaas veel verbeelding de deur gewezen. Het geloof heeft hier een sterke intellectuele benadering gekregen, waardoor de ene groep zich sterk kon afzetten tegen de andere.'
Hofstra: 'Je ziet dat bij de discussies over de grondslagen van de Samen op Weg-kerk. Voor de rechterflank zijn de oude belijdenissen uit de zeventiende eeuw nog steeds maatgevend. Een nieuwe belijdenis, zoals die van Belhar uit Zuid-Afrika, wijzen ze af omdat die tijdgebonden is. Nou, alsof de Dordtse leerregels of, nog ouder, de belijdenis van Chalcedon, niet tijdgebonden waren.'


U hebt wel het tij mee.

Smits: 'Misschien zijn we een generatie te vroeg. Er is nu in de samenleving een religieuze opleving gaande, die niet verbonden is met de kerkelijke traditie. Ik hoop dat beide stromen elkaar kunnen bevruchten, zodat ze over pakweg dertig jaar meer in evenwicht zijn.'

drie initiatiefnemers
vlnr: dr. H.S. (Rick) Benjamins, ds. H.A. (Hester) Smits en ds. S.A.F. (Sita) Hofstra


Begin pagina

Startpagina Op Goed Gerucht