Woord & Dienst 49/5 (4 mrt 2000), door Margot C. Berends
Honderdtwintig predikanten laafden zich eind januari aan elkaar tijdens de studiedag van Op Goed
Gerucht. Eindelijk konden ze eens hardop zeggen, hoe moe ze allemaal worden van dat verlangen naar
vroeger, 'een spook waartegen je niet kunt vechten'. Met één been staan de predikanten in de traditie. Met
het andere in het jaar 2000. "Het is verrukkelijk dat je die middenpositie nu eens openlijk kunt formuleren."
"Dat er lege kerkbanken zijn, weten we nu wel"
De crisis voorbij, het negativisme voorbij: twee termen die de jonge predikanten van Op Goed Gerucht
graag in de mond nemen. Ze troffen elkaar eind januari op de eerste ontmoetings- en studiedag van deze
beweging, die zich echter géén 'beweging' of 'organisatie' wil noemen. Op Goed Gerucht wil een
gemeenschap vormen, om in de kerk gezamenlijk ruimte te maken voor vrijmoedigheid.
Wat uit een serie interviews naar voren komt, is dat de predikanten zich op de studiedag vooral aan elkaar
hebben opgetrokken. Binnen hun gemeente krijgen zij vaak te horen dat het vroeger in de kerk toch allemaal
beter was. Er moesten stoelen bijgezet worden, dát waren nog eens tijden. Maar, zeggen de voorgangers, kijk
toch liever naar wat er nu allemaal wél aan mooie dingen gebeurt. Accepteer toch dat de kerk in de marge
van de maatschappij fungeert. En ga van daaruit voorwaarts.
Bemoedigen
Ds. H.C. van Capelleveen uit Kootstertille vertelt wat hem aantrekt in Op Goed Gerucht: "Het vak van
predikant is een eenzaam beroep. je wordt nooit echt deel van een gemeente en je bent verantwoordelijk voor
het hele reilen en zeilen. De gemeenteleden zijn geweldig betrokken, en toch moet ik altijd maar weer
aanhoren dat vroeger de kerk voller zat. Het verlangen naar vroeger is een spook waar je niet tegen kunt
vechten. je doet je best het goede gerucht te verkondigen, maar vaak sta je er alleen voor. Toen ik de
uitnodiging kreeg voor deze studiedag, om samen te praten over'de crisis voorbij', had ik het gevoel dat het
goede gerucht mij nu een keer ten deel viel. In plaats van in m'n eentje te vechten tegen steeds maar weer
dat gepraat in termen van 'crisis' en 'leegloop', kon ik nu na afloop van een bijeenkomst eens thuiskomen en
zeggen: Er zijn nóg honderd mensen die er zo over denken. Ik verwacht dat Op Goed Gerucht een platform
zal worden dat creativiteit tentoonspreidt en oproept. We moeten de crisis gebruiken, om te laten zien dat het
gerucht doorgaat. Op Goed Gerucht is geen club die iets nieuws wil beginnen. Dat zou een belediging zijn
voor de collega's die alle voorgaande jaren hun best hebben gedaan. in Trouw stond: 'Het blaft wel maar
bijten is er niet bij'. Maar het is helemaal niet de bedoeling dat het gaat bijten. We willen elkaar alleen maar
ontmoeten en bemoedigen."
Vrolijk verder
Ook ds. P.J.G. Jeroense uit Gorssel wordt moe van het gepraat over vroeger. "Op Goed Gerucht bestaat uit
een groep predikanten, dat de secularisatie volledig ervaart en vanuit dat gegeven vrolijk verdergaat. Dat er
lege kerkbanken zijn, dat weten we nu wel. Maar laten we iets doen met de mensen die wél gemeente
willen zijn. We moeten niet kijken naar wat er vroeger was, naar iets dat er bovendien wellicht helemaal niet
wás. Iedereen heeft het altijd vol verlangen over de volkskerk van vroeger, maar die heeft nooit echt bestaan.
Lees de Camera obscura maar, daarin liepen ze ook allemaal zondagmorgen te wandelen."
Jeroense is, net als de overige geïnterviewden, betrekkelijk nieuw in de club en zit, net als de anderen, in de
stuurgroep die studiedag opgericht is. "Op 26 juni we opnieuw een studiedag. op Gerucht moet een platform
worden waarin ruimte is voor initiatieven. We willen niet een bepaalde koers gaan varen; de trefwoorden zijn
'ruimte' en 'openheid'. En van mij mag het allemaal best wat vrolijker. Ik vond dat men op die eerste
studiedag nog te veel bleef steken in een sombere stemming. Sommigen wilden naar mijn idee nog te veel
dat de kerk voor iedereen is. Maar God is toch ook buiten de kerk? Als mensen nou niet naar die kerk
willen?"
Brood
"Waarom zouden we treuren om het feit dat het zondag doorgaans geen volle bak is?" vraagt ds. E.J.
Vledder uit Oosterend (Texel) zich af. "De kerk zit niet in het centrum van de macht. Zij werkt vanuit haar
positie in de marge. Die leegte geeft juist allerlei mogelijkheden. Je moet de leegte juist zien als een kracht.
Laten we nu eens stoppen met tobben oven het feit dat de kerk in de marge zit. Dat is haar plaats, en jiust
daar kan ze iets voor mensen betekenen. Kijk, er moet brood gebakken worden, en de kerk bakt dat
toevallig. Maar sommigen eten nu eenmaal liever aardappels. Toch zullen er altijd mensen blijven die wél
brood willen kopen."
Ziet Vledder Op Goed Gerucht als een organisatie of een bewging? Vledder: "Nee, Op Goed Gerucht is
hoogstens een golfbeweging. Ik zie hier in Oosterend dagelijks de zee en de golven om me heen. Je geniet
ervan om even op een golf mee te surfen en als die golf uit elkaar spat, komt er wel weer nieuwe golf
predikanten.
Vervreemding
De Op Goed Gerucht-predikanten hebben nogal eens over 'Het kleine verhaal'. Ds. N. Sloer uit Steenbergen
licht toe: "We willen theologiseren vanuit een middenpositie. Daarmee bedoel ik niet een kerkelijke
middenpositie zoals van de midden-orthodoxie. Het gaat meer om het feit dat je zelf burger van twee
werelden bent. Aan de ene kant ben je gevoed door de traditie van de kerk, met haar 'grote verhaal'. Aan de
andere kant leef je middenin een wereld waarin het kleine verhaal zo heel belangrijk is geworden. De
levensverhalen van mensen, je eigen ervaring in je werk. Daar zit spanning tussen. En die beïnvloed je
theologische accenten en bedenkingen, je werkwijze en je reflectie op het pastoraat bijvoorbeeld. Het prettige
van de ontmoeting bij Op Goed Gerucht is, dat je die middenpositie openlijk kunt formuleren. We staan
allemaal met één been in de traditie, al ben je nog zo vrijzinnig. En we staan allemaal met het andere been
in het jaar 2000, al ben je nog zo confessioneel.
Is een predikant van Op Goed Gerucht ook op de een of andere manier herkenbaar, of onderscheidt hij of zij
zich van anderen? Sjoer: "Nee, Op Goed Gerucht wil geen mordaliteit zijn. De liturgische insteek van al die
honderdtwintig predikanten vertoont alle denkbare variaties. Ook theologisch zijn er grote verschillen. Het
gaat ons erom dat we in alle openheid elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek zijn over het feit dat we
'tot op het bot geseculariseerd zijn'. Met dat gegeven moeten we werken, ieder vanuit zijn of haar eigen
invalshoek. We moeten de kerkelijke treurnis en droefenis achter ons laten. Vaak kom ik met een gevoel van
vervreemding uit vergaderingen, waarop heftig gepraat wordt over dingen die er volgens mij helemaal niet zo
toe doen. Ik stap dan uit de vergadering weer zó het jaar 2000 in. Maar je moet toch juist middenin de
maatschappij kerk kunnen zijn? Ben ik nou de enige die dat vind? Bij Op Goed Gerucht merk ik dat ik niet
de enige ben; het is heerlijk om daar met elkaar over te praten. Verrukkelijk!