Woord & Dienst 49/24 (16dec. 2000)
door Jeroen Jeroense
Het theologisch werkverband 'Op Goed Gerucht' houdt op 5 januari op Hydepark te Doorn een studiedag. Thema:
de positie van de predikant en gemeente in de huidige postmoderne samenleving. Hier volgt de aftrap voor de discussie.
De laatste tijd erschijnen er allerlei verontrustende berichten over het ambt van predikant. De landelijke pers en kerkelijke bladen maken melding van predikanten in nood. Zo zouden steeds rneer predikanten vanwege een burn-out een gedwongen time-out moeten nemen.
Op het predikantenseminarium Hydepark worden 'doorstartcursussen' gegeven, om tot verdieping van de eigen persoon en een andere invulling van het ambt te komen. Een groot aantal predikanten zou graag van.standplaats veranderen, maar de zaak zit helaas muurvast. Er zijn te weinig vacatures, om een goede doorstroming op gang te brengen.
Kortom: met het beroep van predikant schijnt wat aan de hand te zijn.
Paniekerig
Nu moeten we met al te paniekerig gaan doen. Beweging, verandering en crisis zijn met de kerk gegeven. Zei Hendrik Kraemer al niet, dat de gemeente van Chiristus zich krachtens haar roeping altijd in een crisis moet bevinden? Wie de Zaak serieus neemt, botst nu eenmaal met burgerlijke en wereldse belangen.
Ook het arnbt van predikant bevindt zich, gezien taak en functie, in een spanningsveld. De verkondiging van Gods Koninkrijk staat namelijk nogal eens haaks op de werkelijkheid van alledag. 'Hemel en aarde', 'God en wereld', de communicatie tussen deze beide blijft nu eenmaal mensenwerk. De kanselwoorden blijven feilbaar en niet altijd wil iedereen horen, wat er van de kansel gezegd
dient te worden. Maar toch. Ook al is het ambt van predikant met een bepaald spanningsveld omgeven, er lijkt meer aan de hand te zijn. De spanningen tussen gemeente en predikant lijken in te veel gemeenten uit de hand te lopen.
Verwachtingen
Blijkens advertenties is dit wat vacante gemeenten zoeken: een'enthousiaste, stimulerende, humorvolle, bijdetijdse theoloog en liturg, die een open oor heeft voor jong en oud, die het SoW-proces een warm hart toedraagt en iemand die tevens weet wat er in de samenleving op het gebied van zingeving en cultuur aan de hand is". Ga er maar aanstaan!
Maar de predikant kan er ook wat van. Deze verwacht van de gemeente, dat deze bereid is in de leer te gaan, lirgisch bij de tijd is, trouw is in kerkgang, openstaat voor nieuwe theologische ontwikkelingen, het pastoraat goed heeft georganiseerd en haar predikant alle ruimt geeft tot studie en zelfontploojing'. Hieraan te voldoen, is ook geen sinecure.
De gegeven schets van de beide verwachtingen is gechargeerd, maar geeft aan dat er tussen predikant en gemeente een wolk aan uitgesproken en onuitgesproken verwachtingen leeft, waar geen enkele partij volledig aan kan voldoen. Om helderheid te brengen in het woud der verwachtingen zou geformuleerd moeten worden, wat er minimaal van een predikant en van een gemeente verwacht mag worden. Als dat duidelijk is, zal een predikant minder snel stuklopen, dan in een situatie die belast wordt door niet waar te maken verwachtingen.
Schriftgeleerde
Wat mag je minimaal van een predikant verwachten? Als predikant mag u van ons een visie op dit ambt verwachten. Dat wat van een gemeente verwacht mag worden, laten we aan anderen over of komt wellicht een andere keer.
Een predikant is allereerst theoloog, dat wil zeggen: hij heeft een wetenschappelijke opleiding genoten, waarin geleerd wordt op een verantwoorde wijze teksten te lezen. Een theoloog is eigenlijk iemand die leest. En wel specifieke teksten: religieuze teksten uit een ver verleden. Daarvoor moet een theoloog zich Hebreeuws en Grieks eigen maken.
Ook heeft de theoloog geleerd liturgische, dogmatische en filosofische teksten te lezen. Een theoloog heeft in die zin veel weg van de joodse schriftgeleerde, die de overgeleverde teksten leest en herleest en op die manier de traditie veiliig stelt. De wetenschappelijke opleiding richt zich voor een groot deel op het goed leren vertalen en lezen. De theoloog wordt met name opgeleid als exegeet. Dat wil zeggen, remand die teksten in een breed kader kan plaatsen en weet te interpreteren. Wat bedoelt de dichter van Psalm 126 te zeggen, wat wil Johannes met zijn proloog de gemeente duidelijk maken? Al vertalend en lezend, met een keur aan wetenschappelijke werken om zich heen, probeert de theoloog tot verstaan te komen.
Trendy
De predikant als theoloog trekt zich dus regelmatig terug in de studeerkamer, om in alle stilte teksten tot zich te nemen. Dat is voor buitenstaanders haast onzichtbaar en bijna ontoegankelijk. Teruggetrokken tussen de boeken wordt het ABC van het christelijk geloof gespeld. Geen spectaculair gebeuren, misschien wel saai en zeker geen trendy bestaan waar de spetters van afvliegen.
Maar wel bijzonder in deze postmodeme tijd. Dat er mensen vrijgesteld worden om ten dienste van anderen te vertalen en te lezen, is haast uniek. Een predikant wordt dus opgeleid als theoloog en heeft in eerste instantie in alle stilte zijn werk te doen. Na het lezen wacht de vertaling naar de gemeente en allen die geïnteresseerd zijn Of deze vertaling boeiend, sprankelend, of met humor gebracht wordt, is niet het voornaamste. Het draait om de inhoud, die nauwgezet en dicht bij de waarheid moet zijn. Wanneer de predikant een goed verteller is, die à la Henk van Ulsen de hoorder tot de laatste seconden weet te boeien, dan is dat meegenomen.
Je krijgt op de opleiding een aantal tips mee en je oefent wat
in het diepe, maar of je kunt vertellen, ligt in je genenpakket besloten en is eigenlijk niet te leren.
Een gemeente mag van een predikant verwachten, dat de teksten nauwkeurig worden gelezen en zonder opsmuk naar de gemeente toe worden vertaald. Niet het enthousiasme of geestigheid is bepalend, maar de spirituele betrokkenheid van de predikant. Het gaat eerder om het nauwkeurig en eerlijk lezen, dan om een gepopulariseerde vertaling van het Eerste en Tweede Testament.
Zingeving
Naast het lezen van teksten wordt een predikant ook opgeleid, om het levensverhaal van iemand te lezen. Niet alleen een tekst wordt geëxegetiseerd, ook het verhaal van de individuele mens. Het luistert echter wel nauw in wat voor kader een predikant leest. Het kader waarin een predikant tot verstaan van iemands levensverhaal tracht te komen, is de context van de gemeente van Christus. Het zijn de teksten uit Eerste en Tweede Testament, die de predikant willen helpen het verhaal van de ander te verstaan.
Beter nog is op te merken, dat de predikant samen met de mensen die hij tegenkomt, zoekt naar een verstaan van hun leven vanuit de verhalen die in de gemeente de ronde doen. De verhalen van God en mens zijn zingevingverhalen, die het levensverhaal van een mens willen verduidelijken.
Manager
De predikant als theoloog is volgens ons dus allereerst iemand die leest en vertaalt. Als predikant probeert hij het vertaalde in dialoog te brengen in de gemeente en de mensen die hij ontmoet. Daar kan een gemeente een predikant op aanspreken: of er goed gelezen en vertaald wordt. Een predikant die de binnenkant van de studeerkamer weinig ziet, mag zich dus eem achter z'n oren gaan krabben. Een predikant, als afgestudeerd theoloog, is dus niet zonder meer ook een manager, coördinator, stimulator, enthousiasmeerder. Dit zijn facetten waarin een theoloog zich later door middel van cursussen kan specialiseren.
Zo kan een theoloog zich toeleggen op de vorming en toerusting van gemeenteleden, of het begeleiden van het jeugd- en jongerenwerk in de gemeente, De specialisatie geldt echter voor één of hoogstens twee facetten van het predikantswerk. In het vooroverleg met de gemeente kan dan ook duidelijk worden afgesproken, waar de theoloog als schriftgeleerde zich nog in bijzonderheid voor kan inzetten. Is het voor de tockomst niet beter, wanneer een predikant zich toe zou leggen op één specialisatie? In het vooroverleg met een gerneente kan zo aan een heldere taakstelling worden gewerkt. Een taakstelling die klaarheid in verwachtingen wil brengen.