Verslag ochtendprogramma Geruchtdag 17 januari 2003
door Cees de Gooijer
De opening werd in de grote bovenzaal gehouden ( in de kapel was men het orgel aan het repareren). Jeroen Jeroense uit Elst ( bij Nijmegen ) opende de dag met de overweging dat er nog veel gemeenten zijn die de 'dominee van het oude stempel' in hun hart wensen maar dat er meer dominees 'van nu' zijn die die rol niet meer ambiëren maar zich veeleer op de rol van profeet storten. De profeet heeft dan eigenlijk meer te zeggen dan de dominee.De fricties die de verschillende rolopvattingen opleveren zijn bekend.
Na deze impuls, niet in de laatste plaats meebepaald door de krachtige gemeentezang-begeleiding op de vleugel, introduceerde Kees Posthumus de rest van de dag en zichzelf .
Kees Posthumus is eindredacteur van 'Woord en Dienst' en in de rest van zijn tijd verteller van Bijbelse verhalen op een Dario Fo - achtige wijze.Om ons zelf te leren hoe wij zouden reageren op de inhoud van de toespraak van de spreker en van de forumdiscussie werden onze eigen behoeften en tijdsverdrijven op hilarische wijze gepeild. Die peiling wees ook uit dat de ochtendspreker Bernard Luttikhuis, uit Haarlem zijn vrije tijd invulde op bas-trombone in een Klezmergezelschap.
Het betoog van Bernard had de naam 'Plezier in je werk'. Dat plezier kan in de weg worden gezeten door een aantal verschillende factoren.De politiek heeft er voor gekozen dat twee-verdieners meer belastingvoordeel hebben dan een één-verdiener. Vroeger hadden veel predikanten een huis van de gemeente, maar dat is allang niet meer zo; dus de predikant gaat zelf de huizenmarkt op. Dan de partner laten meewerken?
Maar hoeveel werkt een dominee eigenlijk? Want daar ligt in feite het probleem ; 60 uur, 50?of 48? of 42? of 36? .De plannen voor een CAO hebben weinig zin als daar niet in opgenomen wordt dat de predikant een 36-urige werkweek moet hebben.Ook de deeltijdsregeling vervat in bijv.een 8/12 baan getuigt van dezelfde vaagheid : 8/12 van wat? Dus de boodschap aan het LDC en de Bond voor Ned. Predikanten is; ga eens nadenken hoeveel uur per week een predikant behoort te werken ; volgens de spreker ; 36 uur niet meer ,niet minder ; alle extra's in de arbeidsvoorwaarden kunnen verdisconteerd worden met extra diensten van de werkgever.
Ook inhoudelijk liggen er gevaren op de loer, de laatste tientallen jaren is er toename te zien van specialisaties in het predikantenvak met de daaraan gekoppelde begeleidingsmomenten; door al die bomen ziet de predikant soms zijn eigen bos niet meer, in dit geval zijn eigen vrijheid, zijn eigen ruimte ,zijn eigen creativiteit niet meer; dat zijn de elementen die het ambt tot een plezierig ambt kunnen maken. Over ambt valt veel te zeggen, maar uiteindelijk komt het op drie dingen aan; het ter sprake brengen van Gods woord; vertolker zijn van de roep om hulp van de medemens, en ruimte en vrijheid hebben om, inhoudelijk, onafhankelijk te zijn van de gemeente en niet het verlengstuk te worden van wat de gemeente al is.
Want zo eindigde de spreker zijn betoog ; Je hebt je eigen rol in het verhaal van God met de mensen zoals dat in je gemeente verteld wordt. Je doet er noch voor jezelf noch voor je gemeente goed aan ,als je het eigene van die rol wegmoffelt. Integendeel, je mag ook een stukje vrijheid en armslag voor die rol vragen; want als jij er nog plezier in hebt, dan heeft die gemeente plezier van jou.
De publieks-peiling die volgde op de toespraak van Bernard wees o.a. het volgende uit:
- Het tellen in 'twaalfden' zou afgeschaft moeten worden
- De predikant als werknemer van de kerkenraad werd door allen afgewezen
- Over een CAO voor predikanten was de stemming verdeeld
De leden van het forum werden vervolgens geïntroduceerd ; Marina Slot (theologe en manager bij een Noord-Hollands vervoersbedrijf), Ciska Stark (predikantenopleiding VU) R.M. Witteveen (Bond van predikanten), Jan de Vlieger(Michsjol) en Jan Oortgiessen (werkbegeleiding LDC)
Uit de vele beginwoorden pikken we er een paar uit:
- Marina Slot: "Als je naar het punt wilt gaan van de 36-urige werkweek , hoe organiseer je dat?"
- Ciska Stark :"Predikant nooit als werknemer van de kerkenraad, hoofdtaak van predikant is vertolking van de Schrift in vrijheid en met creativiteit"
- Jan Oortgiessen: "Op zoek blijven naar een precieze omschrijving van het ambt; indeling van de werktijd toch óf in twaalden ,óf in uren,óf in procenten"
- Rinze Martin Witteveeen : " Een CAO afspraak staat haaks op de intenties en inhoud van het ambt, grote waakzaamheid geboden t.a.v. goede arbeidsvoorwaarden ,geen blind vertrouwen"
- Jan de Vlieger:"Opzoek gaan naar een nieuwe vakbond voor predikanten; er blijft altijd een spanningsveld tussen de 'tijdschrijvende dominee' en de 'vrije dominee'
Een kort overzicht van de opmerkingen vanuit de zaal en naar het forum en vice versa .
- Zaal: " Geen probleem om bijv. 40 uur per week te werken, maar wat is dat, hoe bereken je dat? dat gebied is te grijs"
- Zaal: "In de gereformeerde kerk gaat men standaard uit van een 46-urige werkweek"
- Zaal: " Wat is een goede 'tijd-meetlat'"
- Zaal: "Altijd komt de vraag op besteed ik wel genoeg tijd aan de gemeente; is 8 uur voor een preek te veel of te weinig ?"
- Marina Slot: "De afspraken en de voorwaarden daarin zijn altijd bedoeld als opvang voor die situaties die scheef lopen ; arbeidsvoorwaarden voor predikant zijn lastig te formuleren, want het gaat over 'zijnswerk', je bent eigenlijk ondernemer van de winkel van God"
- Jan Oortgiessen: "Maak niet te veel afspraken over de door jou in te vullen tijd,want dan hang je je daaraan op; een richtsnoer zou kunnen zijn 45 uur, ga je daarover heen ,dan moet er een lampje gaan branden "
- Jan de Vlieger "Tijdschrijven niet beschouwen vanuit de werker maar vanuit het gemeentebelang"
- Rinze Martin Witteveen: "Tijdschrijven kan duidelijkheid verschaffen maar komt vaak op de proppen als de verhoudingen onder druk komen te staan ,een mogelijk model is ; 40 uur uit betalen ,6 uur erbij optellen als eigen 'vrijwillige bijdrage'
- Zaal: "Maar wat doe je precies binnen de uren ?wat wordt er nu exact verwacht?
- Marina Slot: "Het bedrijf waar ik werk kent de stakingsdreiging als arbeidsvoorwaarden niet ordelijk georganiseerd zijn"
- Zaal: "Hoe maken we nu samen een vuist?, met name voor het belang van de jonge predikanten en de part-timers? Maar druist stakingsdreiging niet in tegen het eigene van het ambt? Moeten we niet van vuist naar open hand? Of getuigt dat nu juist weer van slapte ?
Na de maaltijd zou er een optreden zijn van 'Hoc est Corpus' maar bij ontstentenis van één der leden werd een naamswijziging doorgevoerd ; 'Ecce (et) Homo'; luchtige en mild satyrische liedjes , o.a.een ballade over de dominee en de weduwe, waarin de eerste vermoeid en in verwarring op de drempel nog net zegt ; 'de groeten aan uw man'…..
De lezing 'Plezier in je werk' van ds. Bernard Luttikhuis en tevens een reactie van Peter Eenshuistra van de SoW-arbeidsorganisatie daarop, zijn beschikbaar op deze site: klik op de links in deze alinea.
WERKWINKEL: Belastingen - goochelen met Cheizoo
door Jan Offringa
Op de terugweg naar huis viel het kwartje. Aan wie deed hij mij toch steeds denken, deze goochelaar met cijfers. Natuurlijk, dat was hem: aan graaf Tel van Sesamstraat. Met een zelfde genoegen maakte hij eerst 1,2,3 overal sommetjes van, om ze vervolgens zelf met een brede grijns op te lossen.
Leo Cheizoo, belastingman uit Zuidhorn, en drijvende kracht achter de stichting Cavilla. Boodschap: predikanten kunnen zich bij de Belastingdienst als vrije beroepsuitoefenaars laten gelden. Dat biedt hen de fiscale mogelijkheden van een zelfstandig ondernemer en kan per jaar duizenden euro's schelen. Smeuïg toverde hij dat op het bord, terwijl de dollartekens ons in de ogen sprongen. En waar hij in zijn enthousiasme dreigde door te slaan, daar zat zijn vrouw op stoïcijnse wijze naast hem. Om hem met een kleine beweging van het linker oor tot de orde te roepen.
Want het menselijke bevattingsvermogen kon gemakkelijk overstegen worden. Je bent tenslotte bezig met het meest onzakelijk slag mensen in Nederland: predikanten die zelfs richting de Belastingdienst nog altruïstische gevoelens koesteren.
Wat is het geheim? Als vrije beroepsbeoefenaars hoef je niet meteen naar de Kamer van Koophandel, om een VDM pastor bv op te richten. Wel heb je meerdere opdrachtgevers nodig, van wie je inkomsten ontvangt. En daar loopt het toch meteen al spaak, probeerde Christiaan Rensink van de BNP vroegtijdig in te brengen. Toch niet, weerlegde Cheizoo, want neem gewoon een paar preekbeurten aan, of een lesje ergens op school, en je zit al op 1,2,3 opdrachtgevers. Trouwens, Hervormden (echte mazzelaars) ontvangen hun centen niet alleen van de plaatselijke kerk, maar ook uit de landelijke pot - en dat is dus al twee. Dus pastores: in het vervolg iets minder bot reageren op die vasthoudende preekregelaars. Zeg nu eens vrolijk dat ze je net voor waren, en dat je net zelf een mooie aanbieding had willen doen.
Welke winst is er te boeken? Met name de aftrek voor zelfstandigen en in de eerste drie jaar ook voor starters. En wie dat zou willen, kan zelfs herziening over de laatste maximaal 5 jaar aanvragen. Wel gaat hier ongetwijfeld het principe op van de pyromane brandweer - volgens sommigen ook van toepassing op de klassieke verzoeningsleer, maar dat terzijde. Want in zulke uitzichtloze situaties (het web van de zonde en van de belastingen lijken vele op elkaar) heb je ongetwijfeld de onmisbare hulp nodig van een redder. In dit geval een goede belastingman die het duel aangaat met de verschillende inspecties in den lande.
Al met al een verwarrende maar niet onprettige bijeenkomst. Met ongetwijfeld een serieus vervolg. Want Cheizoo en Rensink trokken de agenda en maakten een afspraak ergens in februari. De belangenbehartiging voor predikanten komt echt in een stroomversnelling terecht - of had men dit allang kunnen weten? Hoe dan ook, na de sigaren en sportwagens dromen sommige predikanten nu van een tweede huis in Frankrijk. Verder wordt ongetwijfeld binnenkort een cursus belastingen en boekhouden opgenomen in het PAO aanbod. Misschien was 17 januari wel een Geruchtdag met grote gevolgen.
N.B.
1. uit deze rapportage kunnen geen financiële rechten ontleend worden (JO)
2. in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst
3. overenthousiasme kan leiden tot tijdelijke liquiditeitstekorten (L. Cheizoo)
WERKWINKEL: Outplacement
door Iemke Epema
Twee consulenten van Van Eden & partners, een bureau voor outplacement en loopbaanbegeleiding vertellen hun verhaal. Beide hebben ze zelf ook een ommezwaai gemaakt; de één was directeur van een grote zaak en de ander predikant voordat ze dit werk gingen doen.
Er komen mensen (HB)-ers en academici) bij hen die zich niet (meer) 100% happy voelen op de plek waar ze zitten. Bij 9 van de 10 wordt het traject dat ze ingaan (dat gemiddeld zo'n 9150 Euro kost) betaald door de werkgever. Dat kan ook preventief zijn; iemand is op dit moment nog wel tevreden, maar er wordt gekeken naar wat er voor nodig is om te zorgen dat dat in de toekomst ook zo zal zijn. Begeleiding wordt geboden door een arbeidspsycholoog en een persoonlijke consulent.
De vraag is dan: wat wil je en wat kun je? Wat is je droom en wat zijn je mogelijkheden om die te verwezenlijken? Allereerst moet je omdenken, aldus de consulenten. Niet denken: ik kan verder niets, maar er vanuit gaan dat je kwaliteiten hebt waarmee je wel iets kunt en dat willen onderzoeken. Na enige navraag blijkt dat de meeste mensen na dat onderzoek tot de conclusie komen dat de plek waar ze nu zitten zo gek nog niet is. Anders omgaan met het werk dat je nu doet blijkt het meest toegepaste recept voor grotere tevredenheid. Ook een interessante hobby ernaast nemen helpt. Een beroepsgroep die de laatste tijd een belangrijke klant is van dit bureau blijkt -tot onze verbazing- die van de tandartsen te zijn. De meesten blijven gewoon tandarts en gaan iets leuks ernaast doen.
Wat kan een predikant anders dan dominee zijn? Consulent worden bij een outplacementbureau is dus een mogelijkheid. Een kwaliteit van veel predikanten is goed naar mensen kunnen luisteren en met hen mee kunnen denken. Werk in de sfeer van persoonlijke begeleiding ligt voor de hand. Een terrein waar schreeuwend behoefte is aan mensen en waar predikanten ook goed terecht kunnen is natuurlijk het onderwijs. Velen van de deelnemers aan deze werkwinkel zijn gekomen omdat ze willen weten of er nog iets anders mogelijk is naast of in plaats van het predikantschap, om tenminste een keuzemogelijkheid te hebben. Niet alle dromen zijn te verwezenlijken. Een baan waarbij je drie dagen per week in de oude kerkvaders mag studeren en dat gefinanceerd krijgt blijkt nog niet echt te bestaan.
Waarschijnlijk komt het predikantschap daar nog het dichst bij in de buurt. Misschien toch nog niet zo'n gekke job?
WERKWINKEL: doorpraten met Bernard Luttikhuis
door Cees de Gooijer
Een van de moeilijke dingen binnen de arbeidsvoorwaarden is de beschrijving van de vrijheid van de predikant,met andere woorden, zaken zijn zaken maar hoe voorkom je dat je de klusjesman van de gemeente bent, dat een 'overbeschrijving' van taken het vrije en het eigene het ambt dichtdrukt?
Hoe helder is de predikant in de werkafspraken? Hoe valt het persoonlijke samen met het ambtelijke? Wat weten kerkenraden precies? Wat weten dominees precies? Wat zijn de wederzijdse verwachtingen? Welke rol heeft, speelt de predikant, welk masker heeft hij op in zijn ambt? Hebben we door, zijn we ons bewust welke rollen we spelen?
Er is altijd spanning tussen wat de gemeente van jou wil, en wat jij, als predikant, met en van jezelf wil. Maar welke afspraken er ook gemaakt zijn, welke vragen er ook opgeroepen worden; het ambt is altijd bedoeld om over God te praten, God ter sprake te brengen, verkondiging van het woord, zorgvuldigheid ten aanzien van de sacramenten en pastoraat.
Als er sprake zou zijn van verwatering van het ambt dan zijn predikanten daar zelf ook debet aan. Vraag van Bernard: "Wie is het wel eens overkomen dat tegen het eind van een pastoraal gesprek de vraag werd gesteld: "en neemt U bij een volgend keer Uw vrouw mee?" "Nooit, nooit doen!" Inderdaad gaven de aanwezigen aan deze valkuil te herkennen .
Voor diegenen die meer achter het gedachtegoed van Bernard Luttikhuis willen komen is het aanbevelingswaardig zijn boek te lezen Bouwvakkers en Boeren,( ISBN 9023909852,
Boekencentrum, Zoetermeer )een pleidooi voor gemeenteopbouw op een meer bijbelse manier dan via een grote reeks reorganisatiemodellen.
WEERWOORD 1
door Aarnoud van der Deijl
Ooit zou het allemaal zijn begonnen met die Joodse man die rondtrok en het koninkrijk verkondigde. "Zoek eerst het koninkrijk van God en al het andere komt dan wel vanzelf" zei hij. Er ontstond een beweging van enthousiastelingen die eendrachtig, volgens consensus-model, dat koninkrijk wilden zoeken. Op goed gerucht.
Nou ja, we kennen het verhaal. Het duurde uiteindelijk wat langer, dat koninkrijk. Ondertussen moesten er dingen worden geregeld. Ambten. Gebouwen. Kerkordes. Niet leuk, maar onvermijdelijk. Wie de dingen niet goed regelt, en zich er met een Jantje van Leiden van afmaakt, maakt de vreselijkste brokken. Hoe enthousiast ook.
En toch had ik een gevoel van vervreemding en teleurstelling op de laatste Gerucht-dag. Kwam het omdat ik dacht dat wij ooit hadden afgesproken dat OGG geen pressiegroep zou worden en zich alleen zou bezig houden met wat ons inspireert? Hoe had het zover kunnen komen dat die "brede theologische, wetenschappelijke en culturele interesse" al na twee jaar was uitgemond in een workshop bij de accountant over euro's terughalen bij de fiscus?
Of kwam het omdat die afkorting VDM mij herinnerde aan die idealistische groep predikanten uit die bevlogen tijd van de actie nieuwe levensstijl: "Verdienen Dominees Minder?" heette die groep. Predikanten die hun gemeente wilden voorgaan in het zoeken van het koninkrijk door zich niet zo druk te maken over een procentje meer of minder?
Of kwam het door die vervreemdende taal over "halfgare gemeentes" en "een vuist maken"? Alsof de kerk inderdaad net zo'n bedrijf is geworden als Connexion. Alsof PKN en KPN zo voor elkaar kunnen worden ingewisseld. Alleen is men bij Connexion en KPN nog wel bezig met "connecting people" terwijl wij kennelijk niets meer schijnen te moeten hebben van een consensusmodel. Ik wens collega Witteveen succes met zijn nieuwe rol als vakbondsman. "Mannen, willen wij aktie, dan krijgen wij aktie! Wij zullen Nederland op zondagmorgen plat leggen." Een keer niet preken, ja daar zullen ze van schrikken! Waar hebben wij het over?
Ik was het eens met die vrouwelijke collega die opstond en zei dat ze het gebeuzel over uren zat was. Vijftien jaar geleden leerde professor van de Beek ons al in Leiden dat je twaalf dagdelen van drieëneenhalf uur moet werken. Dat is 42 uur en wel meer dan de gemiddelde Nederlander, maar als je het daarbij kunt houden, is het mooi, toch? Ik weet niet waar hij de wijsheid vandaan had, maar ik houd mij er nu al tien jaar tot mijn volle tevredenheid aan vast. Nee, die vrouwelijke collega had gelijk dat het om iets heel anders ging: onze onzekerheid en de onmacht van onszelf en kerkenraden om keuzes te doen.
Ik ben nu vier jaar visitator in Zeeland en ben derhalve de gehele provincie een keer door geweest. "Halfgare gemeentes" ben ik daarbij niet tegengekomen. Wel gemeentes waar predikant en kerkenraad het niet eens lijken te worden over de tijdsbesteding van de predikant. Maar als ik dan vraag of de predikant een jaarverslag maakt, kijkt men mij doorgaans meewarig aan alsof ik zo'n nieuwlichter ben, zo'n beleidsplannen-fetisjist. Dat ben ik ook wel, maar dat hoeven die kerkenraden natuurlijk niet te weten. En dus is dat het moment waarop ik vervolgens hen met mijn geheime wapen knock-out sla: "Ja, dat is volgens de kerkorde van 1951 namelijk verplicht, dat weet u toch?" Mijn ervaring is dat een predikant het prima kan uitleggen aan een kerkenraad dat hij of zij een uur maar één keer kan besteden en dat een uur in jongeren gestoken niet meer te besteden is aan bezoek bij bejaarden. Een uur vergaderd is absoluut weer een uur minder geïnvesteerd in de preek. Vooral kerkvoogdijen die een vergelijkbare redenering ook kennen voor hun euro's, snappen die gedachtegang heel goed en zijn volgens een oud-Hollands consensusmodel vaak van harte bereid om dan mét de predikant keuzes te doen. Maar daarin moet je als predikant je kerkenraad wel leiden. Jij laat zien hoe je je tijd verdeelt en welke keuzes je doet en je vraagt hen of ze het daarmee eens zijn of dat ze dingen anders zouden willen zien. Meer bezoekwerk? Prima, kunnen er dan een paar diensten af? En verdedigen jullie dat als kerkenraadsleden dan ook als je erop wordt aangesproken op huisbezoek?
"Maar dan moet ik er steeds zelf mee komen" hoor ik collega's denken. Ja, dat is lastig. Maar ook prettig. Bij KPN en Connexion is het een directeur of een leidinggevende die dergelijke keuzes voor je doet bij het jaarlijkse functioneringsgesprek. Ik ben blij niet daar te werken.
Kortom: laten wij gewoon niet te hard werken zodat wij plezier houden in ons werk, onze kerkenraden leren hoe ze prioriteiten stellen, collega Witteveen volgens consensusmodel onze pensioenen laten regelen, en ons als OGG gewoon weer met leuke onderwerpen bezig houden. Diaconaat bijvoorbeeld. Prima. "Zoek eerst het koninkrijk". Als jullie het niet voor mij doen, doe het dan in naam van die Joodse man.
GEDACHTEGOED
In "Gedachtegoed" vertellen mensen over iets dat hen heeft verrast en geinspireerd. Bijv. een bijzonder boek, een film, een initiatief etc.
door Iemke Epema
'Mijn Biecht'
Op de laatste geruchtdag bezocht ik 's middags de werkwinkel over outplacement en loopbaanbegeleiding. Net als bij veel anderen komt wel eens de gedachte bij mij op: is er nog iets anders mogelijk dan het dominee zijn, is dit eigenlijk het enige dat ik kan? Ik ging daar niet weg met een duidelijk beeld van alternatieven voor het domineesbestaan maar wel met een vernieuwd besef wat voor bijzonder beroep wij eigenlijk uitoefenen. Is er enig ander beroep te verzinnen is waar je zoveel ruimte krijgt om te doen wat je zelf leuk vindt? Neem nu lezen, één van mijn meest geliefde bezigheden en ik ben vast niet de enige in deze kring. Dat je zomaar boeken kunt lezen, zoveel je wilt en het maakt eigenlijk niet uit waarover, en dan ook nog het prettige idee kunt hebben dat je met je werk bezig bent.
George Steiner begint zijn boek Tolstoj of Dostojewski met te stellen dat je na het lezen van een echt goed boek niet meer dezelfde bent als toen je het ter hand nam. Zoals iemand die een schilderij van Cézanne werkelijk goed tot zich door heeft laten dringen een appel of een stoel nooit meer zo zal zien als tevoren. Een werkelijk goed verhaal heeft een transformerende kracht. Behoort het lezen en doorgeven van zulke verhalen en wat zij met je doen niet tot de kern van wat wij doen?
Ik lees Tolstoj of Dostojewski omdat ik op het moment bezig ben Tolstoj én Dostojewski te lezen, een beetje door elkaar heen. Dat is leuk, omdat het zulke tegengestelde schrijvers zijn, die het leven op een totaal verschillende manier verbeelden, maar tegelijk ook zo verwant zijn. Tolstoj de volstrekte rationalist, die tegelijk een ongelooflijke romanticus en idealist is. Dostojewski, de romanticus en meester van het irrationele, die tegelijk een zeer scherpzinnig analyticus is. Ze zijn allebei heel erg bezig met de schuldvraag. En het gaat in hun boeken voortdurend over God. Eigenlijk is het allemaal verborgen theologie. Die verborgen theologie in romanvorm vind ik vaak veel leuker dan direkte uiteenzettingen in theologische werken. Misschien omdat er dan voor jezelf meer te ontdekken valt.
Tolstoj (1828-1910) heeft zich behalve aan romans ook aan direkte theologische en filosofische verhandelingen gewaagd. Zelf was hij van mening dat dat zijn belangrijkste werk was en hij distantiëerde zich later zelfs geheel van zijn literaire werk. De kritiek oordeelde anders. Een voortreffelijk romanschrijver en een slecht filosoof wordt hij vaak genoemd. Van het strenge moralisme en de absolute stelligheid van zijn pamfletten en essays moeten de meeste mensen weinig hebben. De spanningen en ambivalenties die in de romans juist wel aanwezig zijn en ze levensecht maken vallen daar weg.
Het boekje Mijn biecht dat ik voor deze rubriek wil bespreken zit ergens in tussen de romankunst en het filosofisch werk. 'Waartoe leven wij? Waarom besta ik? Wat ben ik?' staat er op de achterflap; dat zijn de vragen waarop Tolstoj het antwoord wil vinden. Voor minder gaat hij niet. Hij heeft dit kleine werkje (120 blz.) geschreven in 1881, na een tijd van diepe emotionele crisis. Daar is in het boek het nodige van terug te vinden. Voortdurend vraagt hij zich af waarom hij niet voor zelfmoord kiest als de meest rationele oplossing van het levensvraagstuk. Ook voor psychologen is hier een hoop te vinden. Het boek presenteert zich als een religieuze autobiografie. Tolstoj's zoektocht naar geloof is vol twijfel, aarzelingen en wendingen maar wordt tegelijkertijd met een grote vastberadenheid ondernomen. Wat hij schrijft getuigt zowel van een nietsontziende eerlijkheid en een scherp inzicht in alle schijn, als van een verbazende naïviteit en idealiseringsdrang. Die spanning geeft het iets heel authentieks.
Opvallend en voor de moderne mens zeer herkenbaar is hoezeer de ratio hem zowel voortdrijft als in de weg zit, en hoezeer hij zich daar zelf van bewust is. 'Mijn situatie was hopeloos. Ik wist dat ik op de weg van rationele kennis niets zou vinden dan de ontkenning van het leven, en in het geloof niets dan de ontkenning van het verstand, wat nog onmogelijker is dan de ontkenning van het leven.' Die laatste woorden zijn onthullend voor zijn extreme rationalisme. Dat blijft van het begin tot het eind bepalend in de manier waarop hij het geloof benadert. In tegenstelling tot Dostojewski, die bekende dat hij zelfs in Christus zou blijven geloven 'als iemand bewees dat Christus in strijd was met de waarheid' verklaarde Tolstoj: 'Meer dan wat ook ter wereld bemin ik de waarheid'. Tolstoj's zoektocht naar het ware geloof eindigt met het voornemen om de christelijke geloofsleer te onderwerpen aan een consequent onderzoek naar waarheid en leugen en deze van elkaar te scheiden. Het is soms net alsof je Kuitert leest.
Op dit punt houdt het boek vrij plotseling op. Het is geen af verhaal, en dat kun je jammer vinden. Maar dat past ook juist wel bij dit soort van onderneming. Het is een biecht van iemand die onderweg is, die bepaalde dingen heeft verloren en zelf heeft verworpen, en weer andere dingen heeft gevonden. Zolang het leven doorgaat gaat ook het zoeken door.
WEERWOORD 2
door Cees de Gooijer
Een woord op Weerwoord van Anne Marijke Spijkerboer
( zie: Nieuwsbrief Op Goed Gerucht nr.10 )
Uw God is de mijne niet, mijn Christus is de jouwe niet, ik belijd mijn geloof anders dan het jouwe. De kerk, welke ook,waar ook, was en is en zal blijven; een pluriforme organisatie of in wat gewonere termen, een vat vol tegenstrijdigheden.
Op alle denkbare niveaus en in alle denkbare geledingen.'t Is een wonder dat er nog kerk is, dat er nog steeds zo'n 2 miljoen kerkgangers op Zondag de weg naar hun Godshuis in protestants Nederland weten te vinden, 't is een wonder dat een groep mensen iets doet binnen een organisatie, soms met vage verwachtingen, soms met vuur en vlam. Maar de 'metaalmoeheid' waar Anne Marijke over spreekt is te begrijpen; de mensen die de 'waarheden' anders interpreteren, zijn ook nog eens een keer aardige en vriendelijke mensen die hun best hun waarheid, beetje bij beetje, vorm te geven. Je wordt moe van jezelf om, meer dan je lief is, te constateren dat de vreugde van je eigen geloof ten onder dreigt te gaan juist in de poging die vreugde met anderen te delen, anderen van dat vreugdevolle geloof zo te laten doordringen dat het lijkt alsof er geen verschillen zijn.
Het dilemma is analoog aan de eeuwige vraag over goed en kwaad; met andere woorden; juist dat verschil bepaalt de koers, bepaalt de mogelijkheden, leidt tot de nodige dynamiek.
Soms is die dynamiek niet te herkennen en leidt de schijnbare stilstand tot wanhoop, tot een onvoldaan gevoel.
Wat is het verschil binnen mijn eigen opvattingen,kan ik, desnoods als men mij 's nachts
daarover uit bed haalt, een consistent verhaal ophangen over mijn God, mijn Jezus,mijn belijdenis ? Het is het enige wat mij dan voldoening geeft.
Ik ben mij ervan bewust dat juist dat consistente verhaal ontstaan is uit de verschillen, uit de verschillende opvattingen van mijn vroegere 'kerk'jeugd, uit de verschillen die ik dagelijks in mijn 'kerk-praktijk' ervaar; ze zullen er altijd blijven om ieder zijn of haar juiste verhaal te leren en te laten ervaren.
Misschien weten mijn collega's hoe het moet? Ik ben ook niet altijd voldaan maar heb hier en daar toch de gelegenheid mijn verhaal vorm te geven; de vorm die even niet ter discussie staat. Een goed verhaal, je eigen verhaal, een goed verhaal over je eigen God, je eigen Jezus, je eigen belijdenis.
WEBGERUCHT
door Rob Basten
E-mailgroep opgoedgerucht
Wil je een snelle actie op touw kunnen zetten? Wil je op de hoogte blijven van actuele discussies binnen Op Goed Gerucht? Word dan lid van de e-mailgroep opgoedgerucht bij Yahoogroups! Een greep uit de besproken onderwerpen van het afgelopen jaar: Gods meesterwerk (de homofobe krant van de evangelicalen), vertragingstaktieken van de Gereformeerde Bond, SoW In Beweging, Samen op de goede weg? (boek van trage gereformeerden als Heitink).
Hoe werkt het? Mail die naar de groep gestuurd wordt krijg je automatisch binnen. Je kunt zelf kiezen of je alleen meeleest, of ook eigen bijdragen naar de groep stuurt. Voorlopig is gekozen voor een besloten groep. Dat betekent dat je je niet rechtstreeks bij Yahoogroups kunt aanmelden (zoals met b.v. de leesroostergroep). Je kunt je aanmelden door een mailtje te sturen naar de beheerder, Sita Hofstra: saf.hofstra@wanadoo.nl.
Zinweb
Binnenkort zal onze site www.opgoedgerucht.nl ook gelinked worden op www.zinweb.nl. De site is bedoeld als vrijzinnig Trefpunt voor spiritualiteit, cultuur en ethiek. De site bevat een prima agenda van diverse activiteiten en op den duur zul je op Zinweb kunnen grasduinen in een archief vol verhalen, beelden, tips en ervaringen van en voor vrijzinnigen. Binnenkort zullen wij als redactie ook onze nieuwsbrief op deze site 'in de markt' zetten.
Luttikhuis
Wie benieuwd is hoe de spreker van de laatste Geruchtdag, Bernard Luttikhuis, eruit ziet wanneer hij zich ontspant met zijn Klezmerband kan terecht op de site www.kerkpleinhaarlem.nl. Via 'kerken in Haarlem' eenvoudigweg doorlinken naar de Grote of St. Bavokerk.
Op dezelfde site staat een link naar 'Stem in de Stad'. Misschien de moeite van het bezoeken waard ter voorbereiding op de volgende Geruchtdag over diaconaat.
Beeldmateriaal
Met het oog op de komende Stille Week en Pasen biedt de site over de recent gemaakte fototentoonstelling "Corpus Christi" in Parijs misschien nog wat inspiratie: www.patrimoine-photo.org/dhtml-us/actu/expositions/index.htm. Doorklikken naar: 'previous exihibitions'.
Voor surftips houdt de redactie zich aanbevolen!
AANKONDIGING: Geruchtdag op Locatie
door Wilma Fischer, Bauk Zondag en Mirjam van Nie
Op 20 juni 2003 wordt de achtste ontmoetingsdag georganiseerd van OGG met als thema:
"Present midden in de wereld"
- Hoe ben je kerk midden in een geseculariseerde wereld?
- Hoe geef je de kerk handen en voeten in de samenleving en andersom:
- Hoe geef je de samenleving handen en voeten in de kerk?
Allemaal vragen waarmee de themagroep : "Wereld middenin de kerk" zich heeft beziggehouden. Er zijn uitstekende boeken over dit onderwerp geschreven. Zoals het boek "Presentie" van Andries Baart. Ook zijn er ervaringsdeskundigen genoeg die er een mooi verhaal over kunnen houden. Maar je komt pas echt tot antwoorden wanneer je werkelijk midden in die geseculariseerde context present bent.
Daarom deze Geruchtdag geen befaamde woordvoerders, geen aantrekkelijke workshops en geen mooie en veilige, maar toch wel van de buitenwereld afgeschermde plek als Hydepark.
Wat dan wel? Een gerucht(makende)dag op locatie Utrecht waar we aan den lijve ervaren hoe die samenleving en die kerk elkaar raken volgens de beproefde leermethode van de exposure onder leiding van Herman IJzerman en een aantal diaconale werkers in Utrecht.
Deze methode blijkt vruchten te kunnen afwerpen voor de eigen praktijk, ook die van de dorpsdominee! In de wijken Kanaleneiland, Lombok en Zuilen zullen we met andere ogen leren kijken. Naar de samenleving? Naar de kerk? Naar onszelf? Of naar alle drie? Dogmaticus dr. Akke van der Kooi heeft onlangs een artikel geschreven in het Gereformeerd Theologisch Tijdschrift waarin ze beschrijft hoe haar exposure haar dogmatiek beïnvloedde.
Kortom: een uitdagende ontmoetingsdag waar zoals we van OGG gewend zijn ook de ontmoeting met elkaar en het inspiratie opdoen voor ons weerbarstige maar mooie vak ruimschoots aan bod zullen komen!
Schrijf de datum 20 juni dus vast in je agenda.
