home OGG Nieuws Geruchtdagen Nieuwsbrief OGG OGG in de media Inhoudelijk Wie, wat, waar, binnen OGG Links



laatst gewijzigd op 21 september 2000

Logo OGG





Op Goed Gerucht - Nieuws en Informatie (nr.2 / sept. 2000)

De Nieuwsbrief dient als communicatiemiddel tussen deelnemers aan Op Goed Gerucht en zal, naar het zich laat aanzien, eerst onregelmatig verschijnen. De nieuwsbrief zal in eerste instantie verslag doen van studie- en ontmoetingsdagen, maar zal wellicht uitgroeien tot platform voor discussie en inspiratie, waardoor we kennis kunnen nemen van elkaars prikkelende artikelen, hartekreten, blijmoedige preken en inspirerende ervaringen.
De site van Op Goed Gerucht zal steeds spoedig na het verschijnen van de Nieuwsbrief een selectie uit de artikelen plaatsen.

Aanmeldingen voor een eigen abonnement op de Op Goed Gerucht-Nieuwsbrief bij:
Hans van Solkema, Dorpsstraat4, 7245 AK Laren (Gld)
email: h.v.solkema@hccnet.nl (tevens voor adreswijzigingen)
Richtprijs: f. 25,- p/j, over te maken op gironr. 8377531
t.n.v. Op Goed Gerucht, Veenhoopsweg 14, 9422 AA Smilde, o.v.v. Nieuwsbrief OGG




Een selectie uit Op Goed Gerucht - Nieuws en informatie nr. 2, sept. 2000

  • Gedachtengoed: Coming out, Gezochte gesprekken over apostolaat als uitkomst voor de kerk.
    door Arrie van Veen
  • Weerwoord: postmoderniteit heeft mij bevrijd
    door Greteke de Vries





REDACTIONEEL

door Iemke Epema

Het derde nummer van de nieuws- en informatiebrief van OGG, het nul-mummer met de openingslezing van Rick Benjamins meegerekend, staat in het teken van het thema van de geruchtdag in juni: de kunst van het geloven.
Is het leven één groot toneelstuk of is het werkelijkheid die ons raakt? Waar worden we door geraakt? Wat geloven wij zelf? Spelen we een rol of zijn we echt?

Tot nu toe heeft de redactie mensen gevraagd om een bijdrage te leveren of ze heeft deze zelf verzorgd. We willen echter graag dat de genoemde vaste rubrieken zich spontaan zullen vullen met bijdragen van lezers. De nieuwsbrief wil vooral een platform zijn voor mensen die zich op enigerlei wijze betrokken voelen bij Op Goed Gerucht, en uitwisseling van ideeën en gedachten mogelijk maken. Dus als je iets hebt gelezen, gehoord of gezien waar je enthousiast van bent geraakt, laat het anderen weten dmv een stukje voor Gedachtengoed (maximaal 1 A-4tje graag). Of als je het met bepaalde dingen die je in de Nieuwsbrief tegenkomt, niet eens bent, laat je weerwoord horen (van eenzelfde omvang). Reageer vooral op elkaar; discussie is zeer welkom! Ook voor bijdragen die (nog) niet in een bestaande rubriek te vangen zijn is ruimte. Uiteraard bekijkt de redaktie (in overleg) of en hoe een bijdrage geplaatst wordt.

Het volgende nummer zal een themanummer zijn rond 'Het einde van de theologie?', waarover u alvast iets kunt lezen op aan het slot deze webpagina Een thema dat zeker pennen in beweging zal kunnen brengen!
Nog één dringende oproep: we zijn nog op zoek naar een cartoonist/illustrator! Tekentalent?
Meld je bij de redactie, per adres: Rob Basten, Van Teijlingenstraat 41, 1724 SH Oudkarspel, email: bastensmits@hetnet.nl .

De eerstvolgende uitgave van de nieuwsbrief betreft het themanummer over De toekomst van de theologie Een bijdrage rondom dit thema alsook andere kopy kan worden ingeleverd bij de redactie tot 1 november 2000.




GEDACHTENGOED

door Arrie van Veen

In "Gedachtegoed" vertellen mensen over iets dat hen heeft verrast en geinspireerd. Bijv. een bijzonder boek, een film, een initiatief etc.
Deze keer een bijdrage van Arrie van Veen over een themanummer van Michsjol.
Spontane bijdragen zijn zeer welkom!


Coming out, Gezochte gesprekken over apostolaat als uitkomst voor de kerk.
Themanummer van Michsjol, Jaargang 8, nummer 3 (special Apostolaat)

Voor gedachtengoed kreeg de redaktie van de nieuwsbrief het verzoek dit themanummer van Michsjol (hebreeuws voor struikelblok); de vrucht van een studiedag over een nieuw apostolair elan, te lezen en er wat over te schrijven.

Een niet onbelangrijke nevenwerking is de kennismaking met Michsjol : een werkverband waarin theologen (v/m) uit de Lage Landen elkaar aanmoedigen in hun (theologische) arbeid.
Zo op het eerste gezicht lijkt er een verwantschap tussen Op Goed Gerucht en Michsjol te bestaan met als onderscheid dat Op Goed Gerucht zich profileert als een initiatief van SOW-predikanten in Nederland en Michsjol als een werkverband van theologen, ontstaan vanuit een groepje oud-studenten de Universitaire faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel, aangevuld met UVA-theologen en zich uitbreidend tot in Aken toe.

Zelf omschrijven zij de verwantschap als een feest van herkenning; met name in de beschrijving van de predikant als een geseculariseerde arbeider in een vitale kern (=kerk), in het krachtenspel van maatschappelijke verhoudingen.

De verwantschap tussen Michsjol en Op Goed Gerucht wordt door het voorliggende thema-nummer onderstreept.

De visie op apostolaat die hier wordt neergezet, sluit direct aan bij de visie van Op Goed Gerucht dat wij als praktijkgerichte theologen deel uitmaken van een geseculariseerde samenleving.

Die geseculariseerde samenleving wordt in 'Coming out' omschreven als een wereld die schepping van God is, op weg naar het komende Godsrijk, de herschepping. De kerk is daarin een onderdeel van de Missio Dei, oftewel het apostolaat. Dit apostolaat, als spits van alle kerkelijke werkvelden van bijvoorbeeld pastoraat, diaconaat, liturgie of catechese, kan volgens de schrijvers dienen als DE UITKOMST voor de kerk in de crisis, doordat zij zichzelf hervindt in het gezochte gesprek buiten de eigen muren. En van een gerucht over een nieuw perspektief; een positieve impuls horen wij bij Op Goed Gerucht nu eenmaal graag.

Na de inleiding van Derk Stegeman komen vier schrijvers aan het woord, te weten: Berthil Oosting (arbeidspastor), Rochus Zuurmond (bijbels-theoloog), Bert Hoedemaker (hoogleraar missiologie en oecumenica) en Lenie van Reijendam-Beek (predikant te Amsterdam).
Zij gaan vanuit hun eigen competentie het gesprek aan met de door de Michsjol-projektgroep 'Apostolaat gegeven definitie van apostolaat:
"In het apostolaat concentreert de kerk zich op het gesprek over de krachten die de veranderingen in onze samenleving (op verschillende niveaus: bijvoorbeeld politiek, economisch, cultureel, sociaal) aansturen."
Via deze weg krijgen we een stukje geschiedenis, de huidige stand van zaken (beide binnen de NH-kerk) en een gedreven nieuwe visie op apostolaat voorgeschoteld.
De bijdrage van Lenie van Reijendam-Beek vormt een bevredigend sluitstuk omdat zij vertelt hoe een en ander ook in de praktijk kan funktioneren.
De projektgroep 'Apostolaat' verwacht hiermee een baanbrekend boekje gepubliceerd te hebben.
Het moet een weg banen voor een radicaal anders apostolair spreken van de kerk. In 'het gesprek zoeken' en 'apostolair spreken' zit naar mijn besef echter de bottleneck. Het struikelblok bij apostolaat wordt meestal niet gevormd door het correcte spreken of schrijven, maar door het juiste handelen; de wijze van leven.
In elk geval wordt hier geprobeerd een nieuw perspektief te bieden, waardoor dat nieuwe apostolair elan handen en voeten kan krijgen.

Voor mij werd door het lezen van deze uitgave de breedte en de diepte van ons bestaan voor het aangezicht van de Schepper weer eens onderstreept en aangescherpt. Na lezing is het in elk geval niet meer mogelijk om te zeggen : 'Ik doe niks met apostolaat in mijn gemeente', zoals ik 26 juni jl. iemand uit de omgeving van Doorn hoorde zeggen. Een grotere contradictio in termini is in de visie van 'Coming out' niet denkbaar.
Zo kan je lelijk struikelen over het dus 'beenbrekende' en boeiende werk van Michsjol.
Dan moet je natuurlijk wel uit je kerkelijke kastje komen, hoe druk het er ook is en 'Coming out' lezen!!
Het is te bestellen door f 7,50 over te maken naar postbank-giro 6899670 van Michsjol te Amsterdam o.v.v. de titel.




WEERWOORD

door Greteke de Vries

Postmoderniteit heeft mij bevrijd

Tijdens de eerste bijeenkomst van Op goed gerucht in januari van dit jaar sprak ik mij nogal kritisch uit over de toon en de inhoud van de dag. Nu ik gevraagd ben mijn gedachten toe te lichten zal ik dat proberen te doen. Zoals met alle reakties op het initiatief het geval is, hing ook de mijne samen met mijn eigen persoonlijke en beroepsmatige ontwikkeling. Die heeft te maken met ontdekte vrijheden door de postmoderne cultuur en mijn daarin gevonden levens-vreugde.
Mijn studietijd (jaren '80) kenmerkte zich door enige religieuze felheid. 'De wereld' was in mijn beleving ver afgeraakt van wat God bedoeld had en wilde. De taak van de kerk en haar ambtsdragers was een profetische: Gods vrede en recht moesten bewerkstelligd worden. Een zekere vijandigheid ten opzichte van de samenleving en hooggespannen idealen kenmerkten mijn geloofshouding. Daar werd ik niet gelukkig van. Pas toen ik met concrete mensen uit 'de wereld' te maken kreeg kwam ik tot de ontdekking dat ik niet meer geloven kon in één groot verhaal over 'deze wereld omgekeerd' en over 'Jezus volgen die het ons heeft voorgedaan' waaraan ik mij - voornamelijk van mijzelf (?)- moest conformeren. Tegen enige innerlijke weerstanden in ging ik toegeven dat 'postmoderniteit' zich ook in mij gevestigd had. Twee termen lijken me hiervoor kenmerkend: pluralisme en relativisme.

Gods' eye view
Sinds '94 ben ik predikant. Nu ik niet meer alles en iedereen bekijk vanuit één dominant paradigma is een wereld voor me open gegaan. Schatten van wijsheid, liefde, rechtvaardigheid - of hoe je ze ook noemt - zijn ook elders, buiten de mij bekende kerkelijke paadjes, te vinden. Het besef van pluralisme, van de waarde van verschillen, van de afwezigheid van 'Gods' eye view': het heeft mij geweldig veel ruimte gegeven in mijzelf en in het uitoefenen van mijn predikantschap. Hetzelfde geldt voor relativisme: geen superwaarheid meer die op mijn schouders ligt en moet worden doorgegeven. Het heeft me veel mogelijkheden opgeleverd om te luisteren naar anderen, om geraakt te kunnen worden door het onbekende, het vreemde. En om te kunnen overwegen wat ik wel of niet wil integreren in mijn eigen denken en doen. Er komt ook veel plezier en humor op deze manier vrij, speelsheid en fantasie.
Nu goed, als ik iets van Op goed gerucht verwacht, dan is het iets in deze lijn: de blik naar buiten gericht, weg uit het eigen kerkelijke ghetto en meedoen met wat er in de samenleving in de breedste zin van het woord te beleven valt.

Restauratieve poging
Dat echter trof ik niet of nauwelijks in januari. Benjamins noemde in zijn lezing wel de samenleving, maar sprak denigrerend over mensen en groepen die de crisis te lijf gaan met pogingen om consumenten vast te houden. Hij heeft het liever over opnieuw formuleren van wat authentieke christelijke spiritualiteit inhoudt en hoe die vorm kan krijgen binnen het instituut kerk. Zijn voorstel is dan om te beginnen met wat ons het meest dichtbij staat. Hij somt op: bijbel, ambt, liturgie en traditie. In die gebieden moeten we de vragen exploreren die wezenlijk zijn voor het functioneren van de kerk. Dit alles vanuit de gedachte, dat de kerk de samenleving veel te bieden en te zeggen heeft. Het plaatje dat de folder van Op goed gerucht siert is er één van een kerk midden in een kruispunt van wegen. En uit die kerk klinkt een oubollige uitroep: "Voor waar!" Dit alles komt op mij over als een restauratieve poging om de kerk weer in het midden van de samenleving te krijgen. Vanuit de kerk de wereld in. Voorwaarts! Of zoiets. Voor de junibijeenkomst was ik verhinderd. De website geeft informatie die mijn gedachten niet echt veranderen. Ook nu weer: themagroepen met onderwerpen die gericht zijn op eigen funktioneren binnen de kerken. En oja, de samenleving is wel ergens op de achtergrond, maar heeft beslist niet primair de aandacht. Het lijkt me, dat Op goed gerucht (waarvan ik ook al niet begrijp wat die belegen klinkende kreet betekent) redeneert vanuit de aanbodkant en nauwelijks oog heeft voor de vraagkant. D.w.z. voor groepen in de samenleving die zelfs nog iets van de kerk verwáchten. Of voor mensen die afgehaakt zijn, maar zeker wel op hun manier geloven en daarbij best wat ondersteuning en meedenken zouden wensen. Als ze zich maar niet hoeven te conformeren!

Zweethut
De onderwerpen uit de themagroepen vind ik uiteraard wel nuttig. Maar er is een prima aanbod aan nascholing en bijscholing binnen en buiten de SoW-kerken. Voor mij voldoende. Misschien zouden er via Op goed gerucht wél groepen kunnen komen, die met elkaar erop uit gaan: praten met wetenschappers van allerlei soort; kunsten beleven in theater en museum; meedoen in het bedrijfsleven met een stage; multidisciplinaire symposia bezoeken over maatschappelijke thema's; een weekend in een zweethut zitten met New Age-mannen; meedoen met een beleggingsclub; bedden rijden in een ziekenhuis, noem maar op.
Dat lijkt me wél inspirerend en ogenopenend, en soms ook vol hiliariteit. Kunnen we lekker lachen om onszelf en anderen! Ik denk, dat hierdoor openingen ontstaan voor geloofsgesprekken, voor netwerken van kerken met anderen en idem georganiseerde sociale akties. Lijkt me zinvol voor de kerk. En de mensen met wie we dan in contact komen zullen aangenaam verrast worden door onze belangstelling. Wie weet wat voor sporen van God we tegen komen, welke vernieuwende impulsen ons vanuit de samenleving worden aangereikt!

Heerlijke tijd
Niet langer heb ikzelf (lange tijd onbewust) de neiging kerkelijke tradities als norm te nemen en daaraan mijn geloof en handelen te ijken. Uiteraard wil ik mij niet los van de traditie bewegen en overal opnieuw het wiel voor uitvinden, maar ik wil geen marionet zijn aan de touwtjes van een bepaalde en voor waar (!?) gehouden ethiek, dogmatiek, kerkvisie, exegesemethode, etcetera. Die ervoer en ervaar ik als remmen op mijn Entdeckersfreude, op mijn zelfvertrouwen en mijn mogelijkheden tot communicatie met wie dan ook. Het veel te vaak gebruikte woord 'vrijmoedigheid' doet bij mij de vraag rijzen, of de initiatiefnemers van Op goed gerucht zelf niet te vast zitten aan tradities. Het woord klinkt in mijn oren namelijk als 'smeken om'. Maar: wie moet waarvoor toestemming geven? De gemeente, de opleiding, de synodes? De mensen buiten de kerk? Van mij mogen anderen vrij zijn in hun doen en laten, en dus mag ik het zelf ook. Op eigen gezag! Een boodschap heb ik niet meer te brengen. De kerken hoeven van mij niet profetisch en eenrichting-achtig te spreken. Daarin schuilt m.i. een grove onderschatting van anderen buiten de kerk. Voor intensieve gelijkwaardige gesprekken zonder een bekeringsagenda op zak ben ik overigens meer dan voor.

Op zich vind ik Op goed gerucht een prijzenswaardig initiatief. De kerken kunnen wel een stofdoekje gebruiken. Maar voorlopig ben ikzelf echter meer geinteresseerd in wat er aan inspirerends en vernieuwends buiten de kerken gebeurt. Dit is een heerlijke tijd, de belangstelling voor bezinning en bezieling is groot: de kansen voor de kerk liggen daar voor het oprapen. Daar geniet ik van.




THEOLOGIE OP DE SCHOP

door Wouter Slob

vooruitblik op het volgende thema-nummer
over het einde van de theologie

De katholieke traditie is in hoge mate sacramenteel. De kern van de zaak zit in de onbloedige herhaling van het offer op Golgotha, hetgeen in elke mis opnieuw feitelijk plaats vindt. De protestantse traditie is in wezen leerstellig. Het gaat om het juiste begrip van de Bijbelse boodschap. Voor beide tradities zijn theologen belangrijk. In de katholica kan het sacrament alleen zuiver worden doorgegeven door iemand die weet waar hij mee bezig is. In het protestantisme kan alleen iemand die zelf voldoende weet, de juiste boodschap doorgeven aan de gemeente. In beide gevallen is het normatieve karakter van de theologie duidelijk aanwezig: er moet onderscheid zijn tussen wat wel en wat niet mag of kan. De taak van priester en dominee is om deze normatieve taak te behartigen.
Hoewel de specifieke theologische deskundigheid de positie van priester en dominee bepaalt, is deze normatieve taak flink onder spanning komen te staan. De dominee met het opgeheven vingertje is een geliefde cliché om aan te geven hoe het niet moet. Menig predikant zal ervoor terugdeinzen om een al te stellige leer te verkondigen en probeert eerder 'ruimte' te scheppen. In de gemeente is de eenvormigheid steeds verder te zoeken en voor een pluriform gehoor worden zoveel mogelijk ingangen gezocht. De terugloop van de kerken heeft dit alleen maar bevorderd: wat vroeger als aparte modaliteiten een eigen plek kon houden, zit nu allemaal samen in één kerk. En ook het SOW-proces werkt deze pluralisering in de hand.
Velen zullen deze ontwikkelingen toejuichen, maar het roept ook vragen op. Bijvoorbeeld deze: wat is de rol van de theologie nog? Als iedereen uiteindelijk zelf bepaalt wat hij of zij voor het aangezicht van de Heer kan geloven, wat is dan de taak van de vrijgestelde theoloog die de normatieve waakhond zou zijn? Een religieus agoog is dan meer gewenst, dan een filologisch opgeleide boekenwurm. Wat, ook, is eigenlijk de inzet van de preek als deze niet meer een zeer bepaalde kerkelijke leer kan verkondigen? Een godsdienstige getuigenis van een willekeurige gelovige is dan net zo waardevol als de misschien al te geleerde meditaties van veel predikanten.
Misschien is de rol van de theologie als ontwerper van dogmatische systemen uitgespeeld. De vlucht die charismatische richtingen nemen zou daarop kunnen wijzen. In plaats van een bemiddelende kerkelijke leer gaat het daar veeleer om de directe religieuze ervaring. Anderzijds is er nog altijd voldoende toeloop in kerken waar de theologie op strakke wijze hoog wordt gehouden. Tijd om ons eens op de rol en functie van de theologie te bezinnen.


Begin pagina

Startpagina Op Goed Gerucht