op donderdag 27 januari 2000
door één van de initiatiefnemers: Dr. Rick Benjamins.
Ruimte voor vrijmoedigheid
De kerk bevindt zich in een veelbelovende crisis. De crisiskant van
deze zaak is ons als praktijkgerichte theologen waarschijnlijk bekend
genoeg. Veel minder wordt er bij stilgestaan dat deze crisis ook de kiemen
van iets nieuws in zich zou kunnen dragen. Maar laten wij ons eerst bezig
houden met de crisis en pas daarna met de mogelijke vruchten ervan.
In de praktijk laat de crisis zich duidelijk voelen. Met minder mensen in
de eredienst kunnen wij best leven, maar met steeds minder actieve mensen
in de gemeente wordt het al meer een heksentoer om het dagelijkse werk nog
rond te krijgen. Er is veel werk in een gemeente: de kerkenraad en het
vergaderwerk, het kerkblad, de catechese, het bezoekwerk en al dat andere
werk. Het lijkt steeds méér van minder mensen te vragen, maar het wordt
trouw verricht. Ook predikanten weren zich taai en hardnekkig, maar ze
moeten dikwijls constateren dat de geestdrift verdwenen is.
Over de crisis wordt binnen onze werktijd veel vergaderd, geschreven en
nagedacht. Wij kunnen goed analyseren hoe de samenleving verandert en onze
positie marginaal geworden is. De fragmentarisering, de individualisering,
de economisering en de globalisering van onze samenleving zijn vaak genoeg
beschreven. Deze analyse, die al bijna cliché geworden is, helpt ons
echter niet verder. Ze bevestigt wel dat de eeuwenoude vorm van het
instituut kerk inderdaad niet meer aansluit bij de huidige tijdgeest. Ze
maakt ook wel duidelijk dat een authentieke christelijke spiritualiteit
botst met andere, veel voorkomende vormen van spiritualiteit. Maar daarmee
geeft deze analyse nog niet aan, wat wij in de gegeven situatie moeten
doen.
Er zijn overigens plaatsen, geschriften en groepen genoeg, waar men de
crisis creatief te lijf gaat. Veel projecten proberen aan te sluiten bij
de vragen en behoeften van mensen. Veel activiteiten willen open en
wervend aansluiten bij een contemporaine spiritualiteit. Toch lijkt het de
vraag of dit geen pogingen zijn om consumenten vast te houden door middel
van vernieuwing en verrassing. Als dat zo is, dan zijn deze pogingen
gedoemd te mislukken. Een grote nadruk op een moderne vormgeving kan in
dat geval gemakkelijk ten koste gaan van de inhoud. Het zoeken naar
aansluiting bij een contemporaine spiritualiteit kan een authentieke,
christelijke geloofshouding ook naar de achtergrond duwen.
Zoals elke crisis draagt ook deze de kiemen van een belofte in zich. De
confrontatie met afwijzende tijdgenoten daagt ons uit om opnieuw te
formuleren wat wij geloven. Wij worden opgeroepen opnieuw het goede
gerucht te spellen en ons af te vragen wat wij zeggen, als wij "God"
zeggen; wat wij bedoelen als wij naar de gemeenschap van Christus
verwijzen; wat het betekent, dat wij anderen onze naaste noemen. Wij moeten
opnieuw formuleren wat een authentieke christelijke spiritualiteit inhoudt
en hoe die vorm kan krijgen in het instituut kerk.
Zo'n authentieke geloofshouding zal waarschijnlijk stug en weerbarstig
lijken. Het is misschien verleidelijk om de mens een comfortabele en
harmonieuze plaats in de kosmos toe te kennen. Het is misschien ook
verleidelijk om onze besognes voortdurend met de Allerhoogste te willen
delen. Maar het moet gaan om meer dan individueel geluk en heil alleen.
Het moet gaan om de oprechtheid van het bijbels geloof. Die vlakt het
menselijk tekort niet uit en wuift niet weg dat God soms schepper lijkt
van een werkelijkheid die verbijstert. Het moet gaan om de moeizame
pogingen het ingewikkelde verschijnsel mens te begrijpen en de aard van de
genade van Godswege. Daarvan getuigen episodes in de geschiedenis van het
christendom. Het moet gaan om een spiritualiteit die recht doet aan dit
bestaan en dus niet goedkoop kan zijn, maar iets van ons mensen vraagt.
Om nu van een veelbelovende crisis te kunnen spreken, is vrijmoedigheid
nodig. Allereerst de vrijmoedigheid om onze situatie helder in ogenschouw
te nemen. Wij leven in een geseculariseerde samenleving. Het is al vaak
genoeg gezegd, maar er is vrijmoedigheid nodig om te aanvaarden dat de
secularisatie niet buiten ons om is gegaan. Ook onze eigen spiritualiteit
wordt diepgaand bepaald door individualisering en fragmentarisering. Dit
vraagt om een nieuwe doordenking van onze eigen geloofshouding en het
vraagt om reflectie op de relatie tussen kerk en cultuur.
Een belangrijke stroming binnen de theologie heeft zich vanaf het begin
van de negentiende eeuw willen verstaan met de tijdgeest en de
samenleving. Die traditie is veelzijdig, kent veel nieuwe beginpunten en
stromingen en kan ook niet onder een enkele noemer gebracht worden. Binnen deze
traditie vallen zowel de groninger theologie, de ethische theologie, het
barthianisme en de midden-orthodoxie. Het is een respectabele traditie.
Haar verliezen is zelfrespect verliezen. Wij staan binnen deze traditie
van kerk en theologie.
Er bleek vrijmoedigheid nodig om te aanvaarden dat wij zelf tot op het bot
geseculariseerd zijn. Er is evenveel vrijmoedigheid nodig om vanuit de net
genoemde traditie te geloven en theologie te bedrijven, zodat wij die
traditie met een nieuwe aanzet voortzetten. Wij hebben vrijmoedigheid
nodig, om dieper te graven dan de leuzen van de tijd en om die leuzen op
hun werkelijke inhoud te toetsen, of het nu gaat om slogans als
'bijbelgetrouwheid', 'pluriformiteit', 'oecumene', 'joodse wortels' of
'spiritualiteit'.
De vrijmoedigheid die wij nodig hebben is ten derde ook een vrijmoedigheid
om naar buiten te treden. Wij hebben in de wereld een woord te verstaan
gekregen. Dat mag gerust gezegd worden en er is geen enkele reden om in
onze schulp te kruipen. Er is natuurlijk een luisterende houding nodig om
onze gesprekspartners te horen, te verstaan en ons in hen te verdiepen.
Maar wil het tot een gesprek komen, dan moet ook duidelijk gezegd worden,
wat ons beweegt en gaande houdt.
Om nu tot vrijmoedigheid te kunnen komen is er een zekere ruimte nodig.
Zo'n ruimte is er niet, wanneer kerk en samenleving elkaar in twee woorden
afdoen, of wanneer mensen vastzitten op onbespreekbare wetenschappelijke
of gelovige posities: dan wordt de openheid afgesneden die nodig is om
tegelijkertijd serieus in te gaan op de vragen van de tijd èn de volle
breedte van de christelijke traditie; een traditie die ruim negentien
eeuwen bij de tijd is gebleven. Op Goed Gerucht wil een
gemeenschap vormen om in de kerk gezamenlijk ruimte te maken om tot
vrijmoedigheid te kunnen komen.
De motieven die geleid hebben tot het initiatief van Op Goed
Gerucht kunnen wij het best verduidelijken door iets te zeggen
over onze ervaringen. De meesten van ons zijn -na aanvankelijke
aarzelingen- nu een aantal jaren werkzaam als predikant, voor een deel in hun
tweede gemeente. Wij hebben onszelf als SoW predikanten betiteld, omdat
wij werkzaam zijn in gemeenten waarin het SoW proces op gang is gebracht,
maar eigenlijk hadden wij willen werken in een kerk die het SoW proces op
landelijk niveau al voltooid had. Wij zijn ons er goed van bewust dat wij
ons daarmee bevinden in het brede, soms weinig geprofileerde midden van
onze kerken.
Ieder van ons heeft reden genoeg om in dat brede midden van de kerk als
predikant te willen werken. Met soms uiteenlopende motieven en heel
verschillende aandachtspunten doen wij ons werk en wij bekleden ons ambt
met plezier en inzet. Toch zou ieder van ons ook reden genoeg kunnen
bedenken om het als predikant voor gezien te houden: Het voortdurende
geworstel om jeugd en randkerkelijkheid vast te houden; de steeds
herhaalde verwijtende vraag: waarom zitten de kerken niet meer vol, 'zoals
vroeger'?; het kruisverhoor, waaraan de dominee zijn gemeenteleden niet
meer mag onderwerpen, maar wel moet ondergaan, als hij op zijn opvattingen
getoetst wordt; de oeverloze vergaderingen om kleinigheden. Hoewel we
iedere keer weer over deze onaangename ervaringen heen stappen, geven zij
je heel dikwijls het gevoel dat er een zwaar, oud en log gewicht op je nek
gelegd wordt. Daar staan overigens de mooie en bemoedigende momenten
tegenover: de momenten die geloof en hoop geven. En juist daarin bestaat
de spanning, ten dele ook het onbehagen, dat bij ons aanwezig is: de
absolute noodzaak en de vreugde om de geloofstraditie voort te zetten,
tegenover het voortdurende gevecht om iets van deze vreugde te vertalen in
een oud geworden organisatie.
In de huidige kerkelijke organisatie missen wij een samenhang of een
verband om in te werken. Noem het een geestelijk thuis. Noem het een
netwerk van mensen die met soortgelijke ervaringen en bedoelingen als
praktijkgerichte theoloog werkzaam zijn. Wij hebben het gevoel op het
grote kerkelijke erf nergens echt bij te horen. Daarom begonnen wij na te
denken over een gemeenschap waar wij elkaar kunnen ontmoeten en
bemoedigen. In de gemeenschap van Op Goed Gerucht willen wij zoeken
naar een wisselwerking tussen onze praktijkervaringen en onze theologiebe-
oefening, t.w. de reflectie op onze tijd en ons geloof.
Nu willen wij niet suggereren dat onze thema's nog door niemand worden
behandeld. Integendeel. Een stortvloed van papier overstroomt onze
schrijftafels. Artikelen over nieuwe manieren om het jeugdwerk te
stimuleren. Om de diakonie onder de aandacht te brengen. Om de problematiek van
beginnende predikanten en het mentoraat aan te kaarten. Om de pastorale
aandacht voor mensen met een paranormale begaafdheid niet te vergeten. Om
bij te blijven over de ledenadministratie van de SMRA. Om het thema Kerk
en Israël wakker te houden. Om contact te krijgen met kerken wereldwijd.
Om de liturgie te vernieuwen.
Die stortvloed van papier is eerder de expressie van onmacht dan van
macht. Zij brengt ons eerder tot wanhoop dan dat zij hoop in ons laat
ontkiemen. Daarom hebben wij de indruk dat wij elkaar nodig hebben om in
vrijmoedigheid wezenlijke vragen te kunnen stellen en daarover te
reflecteren.
Deze eerste studiedag en deze eerste inleiding dragen het karakter van een
geboorteakte. Wij willen daarbij dan wel de nadrukkelijke kanttekening
plaatsen, dat het ons hier en elders heel beslist niet zal gaan om
beginselverklaringen, standpuntbepalingen of manifesten. Wij hebben onze
bedoeling al uitgesproken en herhalen die hier nog eens met nadruk: Het
gaat ons om een beweging waarin wij elkaar kunnen ontmoeten en bemoedigen
om ruimte te maken tot vrijmoedigheid in de uitoefening van ons werk en
onze beoefening van de theologie. Welke thema's daarbij aan de orde zullen
komen en welke onderwerpen daarbij voor ons van het grootste belang zullen
worden, hoeft niet op voorhand vast te liggen.
Wij komen niet van een academische school. Wij komen niet van een
kerkelijke richting. Wij zijn gewoon theologen uit de kerkelijke praktijk met
een grote wetenschappelijke en culturele interesse. Wij zijn van mening
dat wij elkaar nodig hebben om geen loslopende individuen te worden en wij
zijn van mening dat wij elkaar ruimte en loyaliteit kunnen bieden, waar
wij die van het instituut kerk of het instituut universiteit niet rechtstreeks
te verwachten hebben. Welke thema's zullen opkomen, wat ons bindt
en zal onderscheiden, staat te bezien en zullen we rustig afwachten.
Zolang het de zaak maar dient, dat wil zeggen, zolang het maar bijdraagt
tot zelfkennis, godsvrucht en naastenliefde.
Natuurlijk hebben wij voor deze studie- en ontmoetingsdag een aantal
onderwerpen ter bespreking uitgekozen. Dat zijn bewust onderwerpen die
dichtbij onze eigen praktijk liggen. Dat is niet, omdat wij de culturele
context van ons werk of het maatschappelijke klimaat waarin wij kerk zijn
onbelangrijk vinden, maar omdat wij willen beginnen met wat ons
waarschijnlijk het meest dichtbij staat. Wij hebben vijf centrale vragen
rondom vijf centrale thema's geformuleerd. Het gaat ons in al die vragen
om een kritische vrijmoedigheid, die wetenschappelijke en theologische
inzichten wil verdisconteren, maar niet wil verzanden in een steriele,
onbetrokken kijk die van vroomheid beroofd is. Hoe lees je de geschriften
van de bijbel, hoe ga je om met je functie of ambt, wat doe je als je
pastor bent, hoe vier je de liturgie en hoe maak je de traditie
productief? Het zijn vragen en thema's die bedoeld zijn om het gesprek op gang
te brengen, om ons te helpen met elkaar vast te stellen welke thema's voor
ons van belang zijn. Het zijn geen belangeloze onderwerpen die wij hier
willen aankaarten, maar het zijn onderwerpen die direct in verband staan
met de eigenheid van onze functie en de eigenheid van onze inbreng in het
brede veld van kerk, geloof en samenleving.
Wij hopen dat deze dag een aantal thema's zal opleveren waaraan wij verder
kunnen werken en wij hopen ook op jullie actieve medewerking om Op
Goed Gerucht te laten draaien met volgende studiedagen en een
nieuwsbrief.
Zo hopen wij op goed gerucht voort te gaan in geloven en in werken.
Dr. H.S. Benjamins (1964) studeerde theologie in Groningen en Marburg. Hij schreef een dissertatie over
de theologie van Origenes en publiceerde op het terrein van de vroege kerkgeschiedenis. Hij is tevens auteur
van het boek 'Mocht God bestaan - het christelijk geloof ter verantwoording'. Sinds 1993 is hij predikant in de
Nederlandse Hervormde Kerk
De bovenstaande lezing is tevens gepubliceerd in het 'nulnummer' van de
Nieuwsbrief van Op Goed Gerucht.
Zie voor nadere informatie over de Nieuwsbrief
de startpaginaOp Goed Gerucht.