home OGG Nieuws Geruchtdagen Nieuwsbrief OGG OGG in de media Inhoudelijk Wie, wat, waar, binnen OGG Links


10 november 2006

Logo OGG




OPEN BRIEF als reactie op Pastor in beweging


Aan: de leden van de synode van de Protestantse Kerk in Nederland

Van: de stuurgroep Op Goed Gerucht

Doorn, 9 november 2006



Geachte leden van de synode van de Protestantse Kerk in Nederland,

Als beweging van predikanten binnen de PKN voelt Op Goed Gerucht zich uiteraard betrokken bij de voorstellen uit het rapport Pastor in beweging. In de stuurgroep hebben we het rapport en de eerste reacties bestudeerd, en zelf ook uitvoerig van gedachten gewisseld over de voorstellen. Besloten is om in de vorm van deze open brief te reageren.

In het algemeen vinden we het jammer dat de insteek van het rapport zo sterk ligt bij een – door sommigen becijferd maar door anderen betwist – dreigend predikantentekort, hetgeen men hoopt op te vangen met de HBO-pastor. Het zou de kerk sieren de bezinning op de inrichting van het predikantenvak veel breder te trekken. Naast de behoefte van de gemeente dient oog te zijn voor de veranderde maatschappelijke context van het predikantschap, de onvrede op de werkvloer, de zorg van de kerk voor haar ambtsdragers en de wil hierin te investeren: kwalitatief, financieel, pastoraal.
Naast deze cijfermatige insteek wekt het rapport de indruk en passant twee andere zaken te willen regelen: de onheldere status van de kerkelijk werker, en de mogelijkheid voor gemeenten om in de toekomst een goedkopere predikant te beroepen. Expliciete vermelding van deze aanvullende doelstelling had de helderheid goedgedaan.

In grote lijnen stemmen wij in met een sterkere landelijke aansturing van predikanten, zoals voorgesteld in het rapport. Wanneer dit niet afdoet aan onze theologische vrijheid, is zelfs een verdergaande ontwikkeling tot een goed georganiseerd en transparant centraal werkgeverschap bespreekbaar. Daarmee wordt in elk geval een gebrekkig personeelsbeleid op plaatselijk en classicaal niveau voorkomen.

De lichtvoetige wijze waarop het rapport de route beschrijft voor de HBO-theoloog richting een volledig predikantschap lijkt te getuigen van onderschatting van ons vak. Wanneer deze ruimte wordt gemaakt – wij zijn daar niet bij voorbaat op tegen – zullen ook maatregelen genomen moeten worden om voldoende WO-theologen voor de kerk te behouden. Ook daarvoor lijkt landelijke aansturing onmisbaar.


Het voorgaande leidt bij ons tot de volgende plussen en minnen.

Positief vinden wij de volgende punten. Het is een goede zaak dat het rapport:

  • pleit voor een ambtelijke status voor de HBO-theoloog (diaken, ouderling, pastor)
  • de versnippering van het predikantschap in deeltijdberoepingen wil tegengaan
  • streeft naar een goede functionerings- en loopbaanbegeleiding, en ook naar permanente educatie voor predikanten, met landelijke aansturing en een meer verplichtend karakter
  • de optie verkent van functie – en beloningsdifferentiatie, met junior en senior predikanten
  • een uitzendbureau en mobiliteitscentrum voor predikanten bepleit

Negatief vinden wij de volgende punten. Het is geen goede zaak dat het rapport:

  • geen heldere analyse biedt van knelpunten en uitdagingen in het huidige predikantschap
  • aan de classis de ingewikkelde taak van het personeelsbeleid heeft toegedacht, uit te werken in het vervolgtraject door een taakgroep capaciteit en classes; liever verkennen we de mogelijkheid van landelijke en/of regionale supervisors voor predikanten en gemeenten
  • voor een goede besluitvorming op dit moment te veel onduidelijk laat bij de HBO-predikant: zowel rond de aanvullende opleiding als rond zijn/haar inschaling
  • ook het functieverschil tussen HBO-predikanten en WO-predikanten te summier afgebakend heeft, en niet komt met een positieve rol voor academisch talent dat zorgt voor vernieuwende ideeën op het gebied van theologie en missie van de kerk


Concreet willen wij dus de ontwikkeling stimuleren richting een centrale werkgever die predikanten en gemeenten professioneel helpt, stimuleert en coacht. Wanneer de synode deze richting inslaat, willen we graag meedenken over het vervolg in stuurgroepen en taakgroepen.

We verzoeken de synode, voordat zij ertoe overgaat het rapport ‘te aanvaarden als beleid op hoofdlijnen’, de commissie een vervolgopdracht te geven. Daarin kan zij gesignaleerde lacunes nader invullen en een alternatief zoeken voor de nu nog aan de classis toebedachte taak.

We wensen u wijsheid en nuchterheid toe bij uw beraadslagingen en besluitvorming.


In verbondenheid,

dr. Richtsje Abma, Vreeland
drs. Jan Offringa, Kesteren

Vanuit de stuurgroep Op Goed Gerucht en de redactie Geruchten:

mr. drs. Erik Asscher, Eindhoven
drs. Rob Basten, Haarlem
Ad Boogaard, Arnhem
dr. Aarnoud van der Deijl, Oost-Souburg
drs. Stefan Dijkhuizen, Weesp
drs. Iemke Epema, Zwolle
drs. Wilma Hartogsveld, Schaarsbergen
dr. Pieter Huiser, Lemmer
dr. Jeroen Jeroense, Elst
drs. Kim Magnee-de Berg, Gouda
dr. Wouter Slob, Zuidlaren
drs. ir. Hans van Solkema, Laren
dr. Anne Marijke Spijkerboer, Doorn
drs. Coen Wessel, Heerenveen
dr. Evert Jan de Wijer, Zoeterwoude



Begin pagina

Startpagina Op Goed Gerucht